BWBR0030628
Geldig vanaf 23-03-2014
Artikel 10
Verordening hygiënemaatregelen en bestrijding zoönosen in de kalkoensector (PPE) 2011
1. De ondernemer die een vleeskalkoenbedrijf uitoefent draagt er zorg voor dat een onderzoek naar de aanwezigheid van Salmonella van alle op zijn bedrijf aanwezige stalkoppels vleeskalkoenen plaatsvindt door middel van het nemen van monsters, detectie en, in geval van Salmonella, serotypering.
2. Indien het voor detectie van Salmonella erkende laboratorium de aanwezigheid van Salmonella in de in het eerste lid bedoelde monsters heeft gedetecteerd, laat de ondernemer die een vleeskalkoenbedrijf uitoefent deze monsters onverwijld na de detectie serotyperen door een voor serotypering erkend laboratorium.
3. Vervallen.
4. Indien het voor serotypering erkende laboratorium het serotype Salmonella in de in het eerste lid bedoelde monsters heeft bepaald draagt de ondernemer die een vleeskalkoenbedrijf uitoefent er zorg voor dat deze uitslagen binnen een door het bestuur bij besluit te bepalen termijn aan de voorzitter zijn gemeld.
2. Indien het voor detectie van Salmonella erkende laboratorium de aanwezigheid van Salmonella in de in het eerste lid bedoelde monsters heeft gedetecteerd, laat de ondernemer die een vleeskalkoenbedrijf uitoefent deze monsters onverwijld na de detectie serotyperen door een voor serotypering erkend laboratorium.
3. Vervallen.
4. Indien het voor serotypering erkende laboratorium het serotype Salmonella in de in het eerste lid bedoelde monsters heeft bepaald draagt de ondernemer die een vleeskalkoenbedrijf uitoefent er zorg voor dat deze uitslagen binnen een door het bestuur bij besluit te bepalen termijn aan de voorzitter zijn gemeld.
- Citeren als
- Art. 10
- Geldig vanaf
- Status
- Geldend recht
- Identificatie
- BWBR0030628
- Officiële bron
- wetten.overheid.nl