BWBR0030628
Geldig vanaf 23-10-2011
Artikel 8
Verordening hygiënemaatregelen en bestrijding zoönosen in de kalkoensector (PPE) 2011
1. De voorzitter stelt op grond van de uitslag van de serotypering als bedoeld in artikel 4, tweede lid, of artikel 7, tweede lid, dan wel van het verificatieonderzoek als bedoeld in artikel 4, vierde lid, of artikel 7, vierde lid, een besmetting met een bepaald serotype Salmonella vast bij het stalkoppel fokkalkoenen of vermeerderingskalkoenen dat de broedeieren heeft geproduceerd waarvan de monsters als bedoeld in artikel 7 afkomstig zijn, en meldt deze vaststelling schriftelijk aan de ondernemer die een kalkoenkuikenbroederij uitoefent.
2. De ondernemer die een kalkoenkuikenbroederij uitoefent neemt de volgende maatregelen indien het in het eerste lid bedoelde stalkoppel fokkalkoenen of vermeerderingskalkoenen is besmet met het serotype Salmonella Enteritidis of Salmonella Typhimurium, nadat hij een daartoe strekkende last van de voorzitter heeft gekregen:
a. alle broedeieren die door het besmette stalkoppel fokkalkoenen of vermeerderingskalkoenen zijn geproduceerd en die reeds in de kalkoenkuikenbroederij zijn ingelegd, te laten behandelen als categorie 2-materiaal in de zin van Verordening (EG) nr. 1069/2009;
b. alle broedeieren die door het besmette stalkoppel fokkalkoenen of vermeerderingskalkoenen zijn geproduceerd en die in de kalkoenkuikenbroederij aanwezig zijn maar nog niet zijn ingelegd, een zodanige behandeling te laten ondergaan dat de uitschakeling van Salmonella gewaarborgd is;
c. alle broedeieren die door het besmette stalkoppel fokkalkoenen of vermeerderingskalkoenen zijn geproduceerd en die in de kalkoenkuikenbroederij aanwezig zijn, te laten vernietigen;
d. de in de kalkoenkuikenbroederij aanwezige kalkoenen die afkomstig zijn uit broedeieren die door het besmette stalkoppel fokkalkoenen of vermeerderingskalkoenen zijn geproduceerd, te ruimen.
3. De ondernemer die een kalkoenkuikenbroederij uitoefent is gehouden de in het tweede lid bedoelde last onverwijld op te volgen.
2. De ondernemer die een kalkoenkuikenbroederij uitoefent neemt de volgende maatregelen indien het in het eerste lid bedoelde stalkoppel fokkalkoenen of vermeerderingskalkoenen is besmet met het serotype Salmonella Enteritidis of Salmonella Typhimurium, nadat hij een daartoe strekkende last van de voorzitter heeft gekregen:
a. alle broedeieren die door het besmette stalkoppel fokkalkoenen of vermeerderingskalkoenen zijn geproduceerd en die reeds in de kalkoenkuikenbroederij zijn ingelegd, te laten behandelen als categorie 2-materiaal in de zin van Verordening (EG) nr. 1069/2009;
b. alle broedeieren die door het besmette stalkoppel fokkalkoenen of vermeerderingskalkoenen zijn geproduceerd en die in de kalkoenkuikenbroederij aanwezig zijn maar nog niet zijn ingelegd, een zodanige behandeling te laten ondergaan dat de uitschakeling van Salmonella gewaarborgd is;
c. alle broedeieren die door het besmette stalkoppel fokkalkoenen of vermeerderingskalkoenen zijn geproduceerd en die in de kalkoenkuikenbroederij aanwezig zijn, te laten vernietigen;
d. de in de kalkoenkuikenbroederij aanwezige kalkoenen die afkomstig zijn uit broedeieren die door het besmette stalkoppel fokkalkoenen of vermeerderingskalkoenen zijn geproduceerd, te ruimen.
3. De ondernemer die een kalkoenkuikenbroederij uitoefent is gehouden de in het tweede lid bedoelde last onverwijld op te volgen.
- Citeren als
- Art. 8
- Geldig vanaf
- Status
- Geldend recht
- Identificatie
- BWBR0030628
- Officiële bron
- wetten.overheid.nl