BWBR0030628
Geldig vanaf 23-10-2011
Artikel 11
Verordening hygiënemaatregelen en bestrijding zoönosen in de kalkoensector (PPE) 2011
1. De ondernemer die een vleeskalkoenbedrijf uitoefent handelt in overeenstemming met het in artikel 2 van Verordening (EG) nr. 1177/2006 neergelegde verbod op het gebruik van antimicrobiële stoffen.
2. Nadat de ondernemer die een vleeskalkoenbedrijf uitoefent door het erkende laboratorium op grond van de uitslag van de serotypering in kennis is gesteld van een besmetting met Salmonella, reinigt en ontsmet hij de betreffende stal onverwijld na het afvoeren van het stalkoppel vleeskalkoenen uit deze stal.
3. Na het reinigen en ontsmetten als bedoeld in het tweede lid laat de ondernemer die een vleeskalkoenbedrijf uitoefent onverwijld een stalonderzoek uitvoeren.
4. Nadat in het kader van het stalonderzoek als bedoeld in het derde lid monsters zijn genomen, mag de ondernemer die een vleeskalkoenbedrijf uitoefent een stalkoppel vleeskalkoenen in de stal plaatsen in afwachting van de uitslag van het stalonderzoek. Indien uit de uitslag van het stalonderzoek blijkt dat Salmonella in de stal is aangetoond, laat de ondernemer die een vleeskalkoenbedrijf uitoefent de stal, na het afvoeren van dit stalkoppel vleeskalkoenen, ontsmetten door een ontsmettingsbedrijf.
5. Indien de ondernemer die een vleeskalkoenbedrijf uitoefent door het erkende laboratorium op grond van de uitslag van de serotypering in kennis is gesteld van een besmetting met Salmonella, neemt deze ondernemer de door het bestuur bij besluit vastgestelde maatregelen ten aanzien van het vangen en afvoeren van de vleeskalkoenen van het bedrijf alsmede ten aanzien van het graan dat hij aan het stalkoppel vleeskalkoenen voert.
2. Nadat de ondernemer die een vleeskalkoenbedrijf uitoefent door het erkende laboratorium op grond van de uitslag van de serotypering in kennis is gesteld van een besmetting met Salmonella, reinigt en ontsmet hij de betreffende stal onverwijld na het afvoeren van het stalkoppel vleeskalkoenen uit deze stal.
3. Na het reinigen en ontsmetten als bedoeld in het tweede lid laat de ondernemer die een vleeskalkoenbedrijf uitoefent onverwijld een stalonderzoek uitvoeren.
4. Nadat in het kader van het stalonderzoek als bedoeld in het derde lid monsters zijn genomen, mag de ondernemer die een vleeskalkoenbedrijf uitoefent een stalkoppel vleeskalkoenen in de stal plaatsen in afwachting van de uitslag van het stalonderzoek. Indien uit de uitslag van het stalonderzoek blijkt dat Salmonella in de stal is aangetoond, laat de ondernemer die een vleeskalkoenbedrijf uitoefent de stal, na het afvoeren van dit stalkoppel vleeskalkoenen, ontsmetten door een ontsmettingsbedrijf.
5. Indien de ondernemer die een vleeskalkoenbedrijf uitoefent door het erkende laboratorium op grond van de uitslag van de serotypering in kennis is gesteld van een besmetting met Salmonella, neemt deze ondernemer de door het bestuur bij besluit vastgestelde maatregelen ten aanzien van het vangen en afvoeren van de vleeskalkoenen van het bedrijf alsmede ten aanzien van het graan dat hij aan het stalkoppel vleeskalkoenen voert.
- Citeren als
- Art. 11
- Geldig vanaf
- Status
- Geldend recht
- Identificatie
- BWBR0030628
- Officiële bron
- wetten.overheid.nl