BWBR0031171
Geldig vanaf 01-01-2012
Artikel 8
Hygiënebesluit opfokbedrijven, fokbedrijven en vermeerderingsbedrijven (PPE) 2011
1. Indien in het kader van artikel 4 dan wel artikel 15 van de Verordening aan de voorzitter is gemeld dat Salmonella is aangetoond in een monster van een stalkoppel opfokpluimvee, fokpluimvee of vermeerderingspluimvee in de pluimveevleessector, kan de voorzitter door GD een verificatieonderzoek laten uitvoeren bij het betreffende stalkoppel.
2. Indien in het kader van artikel 4 dan wel artikel 15 van de Verordening aan de voorzitter is gemeld dat Salmonella Enteritidis, Salmonella Typhimurium, Salmonella Hadar, Salmonella Infantis of Salmonella Virchow is aangetoond in een monster van een stalkoppel opfokpluimvee, fokpluimvee of vermeerderingspluimvee in de legsector, kan de voorzitter door GD een verificatieonderzoek laten uitvoeren bij het betreffende stalkoppel.
3. Indien een verificatieonderzoek wordt uitgevoerd bij een stalkoppel opfokpluimvee, mag de ondernemer dit stalkoppel niet overplaatsen totdat de voorzitter hiervoor toestemming geeft.
4. Indien een verificatieonderzoek wordt uitgevoerd bij een stalkoppel fokpluimvee of vermeerderingspluimvee, dan mag de ondernemer de broedeieren die geproduceerd zijn door het stalkoppel niet van het bedrijf afvoeren totdat de voorzitter hiervoor toestemming geeft.
5. De ondernemer zorgt ervoor dat de uitslag van een verificatieonderzoek uiterlijk binnen één werkdag nadat deze uitslag bij hem bekend is, schriftelijk is gemeld aan het bedrijf dat het bemonsterde stalkoppel opfokpluimvee, fokpluimvee of vermeerderingspluimvee heeft geleverd (kuikenbroederij of opfokbedrijf) en aan de afnemer van het pluimvee of de broedeieren van het bemonsterde stalkoppel (fokbedrijf of vermeerderingsbedrijf respectievelijk kuikenbroederij).
2. Indien in het kader van artikel 4 dan wel artikel 15 van de Verordening aan de voorzitter is gemeld dat Salmonella Enteritidis, Salmonella Typhimurium, Salmonella Hadar, Salmonella Infantis of Salmonella Virchow is aangetoond in een monster van een stalkoppel opfokpluimvee, fokpluimvee of vermeerderingspluimvee in de legsector, kan de voorzitter door GD een verificatieonderzoek laten uitvoeren bij het betreffende stalkoppel.
3. Indien een verificatieonderzoek wordt uitgevoerd bij een stalkoppel opfokpluimvee, mag de ondernemer dit stalkoppel niet overplaatsen totdat de voorzitter hiervoor toestemming geeft.
4. Indien een verificatieonderzoek wordt uitgevoerd bij een stalkoppel fokpluimvee of vermeerderingspluimvee, dan mag de ondernemer de broedeieren die geproduceerd zijn door het stalkoppel niet van het bedrijf afvoeren totdat de voorzitter hiervoor toestemming geeft.
5. De ondernemer zorgt ervoor dat de uitslag van een verificatieonderzoek uiterlijk binnen één werkdag nadat deze uitslag bij hem bekend is, schriftelijk is gemeld aan het bedrijf dat het bemonsterde stalkoppel opfokpluimvee, fokpluimvee of vermeerderingspluimvee heeft geleverd (kuikenbroederij of opfokbedrijf) en aan de afnemer van het pluimvee of de broedeieren van het bemonsterde stalkoppel (fokbedrijf of vermeerderingsbedrijf respectievelijk kuikenbroederij).
- Citeren als
- Art. 8
- Geldig vanaf
- Status
- Geldend recht
- Identificatie
- BWBR0031171
- Officiële bron
- wetten.overheid.nl