BWBR0031813
Geldig vanaf 01-01-2013
Artikel 12
Suppletieregeling filminvesteringen Nederland
In de tussen de aanvrager en het Fonds na subsidieverlening af te sluiten uitvoeringsovereenkomst worden de aan de subsidie verbonden verplichtingen vastgelegd die naar het oordeel van het bestuur noodzakelijk zijn ter verwezenlijking van het doel van de subsidie. In deze overeenkomst wordt onder meer vastgelegd:
a). welke zekerheden, voor zover daartoe naar het oordeel van het bestuur gerede aanleiding bestaat, de aanvrager zal stellen met betrekking tot de nakoming van de verplichtingen van andere partijen die financieringsbijdragen hebben toegezegd aan de bioscoopfilm waarvoor subsidie is verleend; en:
b). de frequentie waarmee en de termijnen waarbinnen en de vorm waarin de aanvrager voldoet aan de rapportageverplichtingen, zoals bedoeld in artikel 11, zesde lid; en:
c.) de wijze waarop de met exploitatie van de bioscoopfilm te genereren opbrengsten worden verdeeld tussen de rechthebbenden en op welk moment deze opbrengsten dienen te worden aangewend om de op grond van deze regeling verleende subsidie terug te betalen.
a). welke zekerheden, voor zover daartoe naar het oordeel van het bestuur gerede aanleiding bestaat, de aanvrager zal stellen met betrekking tot de nakoming van de verplichtingen van andere partijen die financieringsbijdragen hebben toegezegd aan de bioscoopfilm waarvoor subsidie is verleend; en:
b). de frequentie waarmee en de termijnen waarbinnen en de vorm waarin de aanvrager voldoet aan de rapportageverplichtingen, zoals bedoeld in artikel 11, zesde lid; en:
c.) de wijze waarop de met exploitatie van de bioscoopfilm te genereren opbrengsten worden verdeeld tussen de rechthebbenden en op welk moment deze opbrengsten dienen te worden aangewend om de op grond van deze regeling verleende subsidie terug te betalen.
- Citeren als
- Art. 12
- Geldig vanaf
- Status
- Geldend recht
- Identificatie
- BWBR0031813
- Officiële bron
- wetten.overheid.nl