BWBR0031813
Geldig vanaf 01-01-2013
Artikel 13
Suppletieregeling filminvesteringen Nederland
1. In geval de aanvrager toerekenbaar is tekortgeschoten in de uitvoering van, dan wel niet heeft voldaan aan de verplichtingen, die zijn verbonden aan de subsidieverlening, is het Fonds bevoegd de subsidieverlening in trekken of te wijzigen ten nadele van de aanvrager. De intrekking of wijziging werkt terug tot en met het tijdstip waarop de subsidie is verleend, tenzij bij de intrekking of wijziging anders is bepaald.
2. Het bestuur is voorts bevoegd de subsidieverlening ten nadele van de aanvrager te wijzigen wanneer de aanvrager na de subsidieverlening, maar vóór de vaststelling van de subsidie, nieuwe financiële bijdragen als bedoeld in artikel 5, lid 1, heeft verkregen, en de subsidie te verlagen met een bedrag gelijk aan die financiële bijdrage(n). Het bedrag waarmee de subsidie wordt verlaagd wordt in eerste instantie verrekend met de nog te verlenen voorschotten. Mocht dat niet toereikend zijn dan zullen reeds uitbetaalde voorschotten worden teruggevorderd.
2. Het bestuur is voorts bevoegd de subsidieverlening ten nadele van de aanvrager te wijzigen wanneer de aanvrager na de subsidieverlening, maar vóór de vaststelling van de subsidie, nieuwe financiële bijdragen als bedoeld in artikel 5, lid 1, heeft verkregen, en de subsidie te verlagen met een bedrag gelijk aan die financiële bijdrage(n). Het bedrag waarmee de subsidie wordt verlaagd wordt in eerste instantie verrekend met de nog te verlenen voorschotten. Mocht dat niet toereikend zijn dan zullen reeds uitbetaalde voorschotten worden teruggevorderd.
- Citeren als
- Art. 13
- Geldig vanaf
- Status
- Geldend recht
- Identificatie
- BWBR0031813
- Officiële bron
- wetten.overheid.nl