BWBR0033125
Geldig vanaf 04-04-2013
Artikel 5
TAX-videoclipfonds
1. De Besturen stellen minimaal drie aanvraagrondes per jaar vast.
2. De bijbehorende indiendata worden bekend gemaakt via de website www.videoclipfonds.nl.
3. Voor het indienen van een aanvraag stellen de Besturen een aanvraagformulier vast. Een aanvraag wordt alleen in behandeling genomen als het volledig ingevulde aanvraagformulier tijdig is ontvangen door het Stimuleringsfonds Nederlandse Culturele Mediaproducties of het Stimuleringsfonds Creatieve Industrie en vergezeld gaat van de op het formulier vermelde bijlagen.
4. Het beschikbare budget en het aanvraagformulier worden na vaststelling openbaar gemaakt via de website www.videoclipfonds.nl en op de website van de Fondsen.
5. De informatie in het aanvraagformulier en in de daarbij te voegen bijlagen zoals geluids- en beeldmateriaal moet inzicht geven in:
a. in welk opzicht de videoclip het gangbare overstijgt;
b. een toelichting op de wijze waarop beeld en muziek elkaar versterken;
c. de co-financiering door platenmaatschappijen, producenten, muziekuitgeverijen, musici of anderen;
d. een sluitende begroting, waarin de gevraagde bijdrage van het TAX-videoclipfonds is opgenomen en toegelicht inclusief offertes en eventuele toezeggingen van co-financiering;
e. een marketingplan of communicatiestrategie waarin duidelijk de distributie van de videoclip uiteen wordt gezet.
6. Aanvragen kunnen uitsluitend digitaal worden ingediend met inachtneming van alle daartoe op www.videoclipfonds.nl vermelde voorwaarden.
7. De aanvraag wordt door de aanvrager of een rechtsgeldige vertegenwoordiger van de aanvrager ondertekend.
8. Het bevoegde Bestuur neemt binnen 10 weken na de bepaalde inzendtermijn een besluit. Indien de gestelde termijn niet wordt gehaald, wordt de aanvrager hiervan schriftelijk op de hoogte gesteld.
9. Met de uitvoering van een voorstel kan niet eerder dan de datum waarop het bevoegde Bestuur heeft besloten worden aangevangen.
10. Aan de toekenning van het subsidie kan het bevoegde Bestuur nadere verplichtingen verbinden ter zake van de uitvoering van het plan, de presentatie van de resultaten, de verslaglegging, de afrekening en de verrekening van het subsidie.
11. Aan de toekenning van een subsidie kunnen geen rechten worden ontleend met betrekking tot de honorering van een volgende aanvraag.
2. De bijbehorende indiendata worden bekend gemaakt via de website www.videoclipfonds.nl.
3. Voor het indienen van een aanvraag stellen de Besturen een aanvraagformulier vast. Een aanvraag wordt alleen in behandeling genomen als het volledig ingevulde aanvraagformulier tijdig is ontvangen door het Stimuleringsfonds Nederlandse Culturele Mediaproducties of het Stimuleringsfonds Creatieve Industrie en vergezeld gaat van de op het formulier vermelde bijlagen.
4. Het beschikbare budget en het aanvraagformulier worden na vaststelling openbaar gemaakt via de website www.videoclipfonds.nl en op de website van de Fondsen.
5. De informatie in het aanvraagformulier en in de daarbij te voegen bijlagen zoals geluids- en beeldmateriaal moet inzicht geven in:
a. in welk opzicht de videoclip het gangbare overstijgt;
b. een toelichting op de wijze waarop beeld en muziek elkaar versterken;
c. de co-financiering door platenmaatschappijen, producenten, muziekuitgeverijen, musici of anderen;
d. een sluitende begroting, waarin de gevraagde bijdrage van het TAX-videoclipfonds is opgenomen en toegelicht inclusief offertes en eventuele toezeggingen van co-financiering;
e. een marketingplan of communicatiestrategie waarin duidelijk de distributie van de videoclip uiteen wordt gezet.
6. Aanvragen kunnen uitsluitend digitaal worden ingediend met inachtneming van alle daartoe op www.videoclipfonds.nl vermelde voorwaarden.
7. De aanvraag wordt door de aanvrager of een rechtsgeldige vertegenwoordiger van de aanvrager ondertekend.
8. Het bevoegde Bestuur neemt binnen 10 weken na de bepaalde inzendtermijn een besluit. Indien de gestelde termijn niet wordt gehaald, wordt de aanvrager hiervan schriftelijk op de hoogte gesteld.
9. Met de uitvoering van een voorstel kan niet eerder dan de datum waarop het bevoegde Bestuur heeft besloten worden aangevangen.
10. Aan de toekenning van het subsidie kan het bevoegde Bestuur nadere verplichtingen verbinden ter zake van de uitvoering van het plan, de presentatie van de resultaten, de verslaglegging, de afrekening en de verrekening van het subsidie.
11. Aan de toekenning van een subsidie kunnen geen rechten worden ontleend met betrekking tot de honorering van een volgende aanvraag.
- Citeren als
- Art. 5
- Geldig vanaf
- Status
- Geldend recht
- Identificatie
- BWBR0033125
- Officiële bron
- wetten.overheid.nl