BWBR0033125
Geldig vanaf 04-04-2013
Artikel 7
TAX-videoclipfonds
1. Onverminderd het bepaalde in artikel 4:35 Awb worden bij de subsidieverlening de volgende bepalingen in acht genomen.
2. Een aanvraag wordt niet in behandeling genomen als de uitvoering van de beoogde activiteiten – blijkens de aanvraag – niet binnen 12 maanden na het besluit van het bevoegde Bestuur wordt aangevangen. De looptijd van een project kan niet langer zijn dan 18 maanden.
3. Indien een aanvrager na een geheel of gedeeltelijk afwijzend besluit van het bevoegde Bestuur binnen 6 maanden na dat besluit bij een van de Fondsen een nieuwe aanvraag indient voor hetzelfde project, wordt deze aanvraag zonder nader onderzoek of advies afgewezen, tenzij gewijzigde omstandigheden of nieuwe feiten worden vermeld.
4. Het bevoegde Bestuur kan besluiten een aanvraag zonder nader onderzoek of advies af te wijzen wanneer over een voorafgaand project van de aanvrager niet binnen de gestelde termijn of niet naar genoegen van een van de Besturen verantwoording is afgelegd.
5. Subsidies worden niet verleend aan:
a. projecten die plaatsvinden binnen het kader van studie of opleiding;
b. projecten waarbij geen sprake is van een redelijke cofinanciering ten opzichte van de opzet van het project.
2. Een aanvraag wordt niet in behandeling genomen als de uitvoering van de beoogde activiteiten – blijkens de aanvraag – niet binnen 12 maanden na het besluit van het bevoegde Bestuur wordt aangevangen. De looptijd van een project kan niet langer zijn dan 18 maanden.
3. Indien een aanvrager na een geheel of gedeeltelijk afwijzend besluit van het bevoegde Bestuur binnen 6 maanden na dat besluit bij een van de Fondsen een nieuwe aanvraag indient voor hetzelfde project, wordt deze aanvraag zonder nader onderzoek of advies afgewezen, tenzij gewijzigde omstandigheden of nieuwe feiten worden vermeld.
4. Het bevoegde Bestuur kan besluiten een aanvraag zonder nader onderzoek of advies af te wijzen wanneer over een voorafgaand project van de aanvrager niet binnen de gestelde termijn of niet naar genoegen van een van de Besturen verantwoording is afgelegd.
5. Subsidies worden niet verleend aan:
a. projecten die plaatsvinden binnen het kader van studie of opleiding;
b. projecten waarbij geen sprake is van een redelijke cofinanciering ten opzichte van de opzet van het project.
- Citeren als
- Art. 7
- Geldig vanaf
- Status
- Geldend recht
- Identificatie
- BWBR0033125
- Officiële bron
- wetten.overheid.nl