BWBR0038662
Geldig vanaf 2017-01-01
Artikel 3.13
Besluit natuurbescherming
1. Een geweer als bedoeld in artikel 3.26, eerste lid, van de wetheeft een gladde loop met een kaliber van ten minste 24 en ten hoogste 12 of een getrokken loop met een nominaal kaliber van ten minste .22 inch of 5,58 millimeter.
2. Een enkelloops hagelgeweer als bedoeld in artikel 3.26, eerste lid, van de wetheeft een magazijn dat ten hoogste twee patronen kan bevatten.
3. Een kogelgeweer als bedoeld in artikel 3.26, eerste lid, van de wetheeft een magazijn dat ten hoogste twee patronen kan bevatten, tenzij het is voorzien van een grendelinrichting waarmee het wapen handmatig schot voor schot wordt geladen.
4. Een geweer als bedoeld in artikel 3.26, eerste lid, van de wetis niet voorzien van een geluiddemper, een kunstmatige lichtbron, een voorziening om de prooi te verlichten, een vizier met beeldomzetter, een elektronische beeldversterker of enig ander instrument om in de nacht te schieten.
2. Een enkelloops hagelgeweer als bedoeld in artikel 3.26, eerste lid, van de wetheeft een magazijn dat ten hoogste twee patronen kan bevatten.
3. Een kogelgeweer als bedoeld in artikel 3.26, eerste lid, van de wetheeft een magazijn dat ten hoogste twee patronen kan bevatten, tenzij het is voorzien van een grendelinrichting waarmee het wapen handmatig schot voor schot wordt geladen.
4. Een geweer als bedoeld in artikel 3.26, eerste lid, van de wetis niet voorzien van een geluiddemper, een kunstmatige lichtbron, een voorziening om de prooi te verlichten, een vizier met beeldomzetter, een elektronische beeldversterker of enig ander instrument om in de nacht te schieten.