BWBR0038869
Geldig vanaf 01-01-2017
Artikel 15
Nadere voorschriften kwaliteitssystemen
1. De kwaliteitsbepaler draagt zorg voor een beroepsaansprakelijkheidsverzekering die in redelijke mate de risico’s verzekert van de beroepsuitoefening door:
a. a een accountantskantoor; en
b. b bij de opdrachtuitvoering of bedrijfsvoering betrokken personen.
2. De beroepsaansprakelijkheidsverzekering, bedoeld in het eerste lid, voldoet ten minste aan de volgende vereisten:
a. de verzekering wordt aangegaan met een verzekeraar van wie het aannemelijk is dat deze voldoet aan redelijkerwijs te stellen eisen van solvabiliteit;
b. de verzekering biedt jaarlijks dekking voor ten minste tweemaal het verzekerd bedrag per aanspraak;
c. onder de dekking van de verzekering vallen alle werkzaamheden die door het accountantskantoor en de eventueel aan haar verbonden accountantsorganisatie als bedoeld in artikel 1, onderdeel a, van de Wta worden verricht, ongeacht door wie de claim wordt ingediend;
d. het eigen risico per aanspraak brengt de solvabiliteit van het accountantskantoor niet in gevaar;
e. de verzekering heeft ten minste Europa als dekkingsgebied;
f. de inloop- en uitlooprisico's zijn gedurende ten minste twee jaren gedekt;
g. de verzekering dekt de kosten van benodigde juridische bijstand in het kader van het in procedures te voeren verweer.
3. Het bestuur van de NBA stelt de minimale hoogte van de verzekerde bedragen en het maximale eigen risico per aanspraak als bedoeld in het tweede lid, onderdeel d, vast, waarbij deze afhankelijk worden gesteld van de jaaromzet.
4. De kwaliteitsbepaler beoordeelt te allen tijde of er specifieke omstandigheden zijn die het noodzakelijk of wenselijk maken een verzekering af te sluiten met een hogere dekking of lager eigen risico dan op grond van het derde lid door het bestuur van de NBA is vastgesteld.
5. Het bestuur van de NBA kan op verzoek van de kwaliteitsbepaler ontheffing verlenen van het eerste lid, indien de kwaliteitsbepaler aantoont dat daaraan vanwege erkende gemoedsbezwaren redelijkerwijs niet kan worden voldaan en dat het doel dat het eerste lid beoogt te bereiken anderszins wordt bereikt. Aan de ontheffing kunnen voorschriften worden verbonden.
6. Een ontheffing kan worden ingetrokken, indien de erkende gemoedsbezwaren zijn komen te vervallen of in strijd met de ontheffingsvoorschriften wordt gehandeld.
a. a een accountantskantoor; en
b. b bij de opdrachtuitvoering of bedrijfsvoering betrokken personen.
2. De beroepsaansprakelijkheidsverzekering, bedoeld in het eerste lid, voldoet ten minste aan de volgende vereisten:
a. de verzekering wordt aangegaan met een verzekeraar van wie het aannemelijk is dat deze voldoet aan redelijkerwijs te stellen eisen van solvabiliteit;
b. de verzekering biedt jaarlijks dekking voor ten minste tweemaal het verzekerd bedrag per aanspraak;
c. onder de dekking van de verzekering vallen alle werkzaamheden die door het accountantskantoor en de eventueel aan haar verbonden accountantsorganisatie als bedoeld in artikel 1, onderdeel a, van de Wta worden verricht, ongeacht door wie de claim wordt ingediend;
d. het eigen risico per aanspraak brengt de solvabiliteit van het accountantskantoor niet in gevaar;
e. de verzekering heeft ten minste Europa als dekkingsgebied;
f. de inloop- en uitlooprisico's zijn gedurende ten minste twee jaren gedekt;
g. de verzekering dekt de kosten van benodigde juridische bijstand in het kader van het in procedures te voeren verweer.
3. Het bestuur van de NBA stelt de minimale hoogte van de verzekerde bedragen en het maximale eigen risico per aanspraak als bedoeld in het tweede lid, onderdeel d, vast, waarbij deze afhankelijk worden gesteld van de jaaromzet.
4. De kwaliteitsbepaler beoordeelt te allen tijde of er specifieke omstandigheden zijn die het noodzakelijk of wenselijk maken een verzekering af te sluiten met een hogere dekking of lager eigen risico dan op grond van het derde lid door het bestuur van de NBA is vastgesteld.
5. Het bestuur van de NBA kan op verzoek van de kwaliteitsbepaler ontheffing verlenen van het eerste lid, indien de kwaliteitsbepaler aantoont dat daaraan vanwege erkende gemoedsbezwaren redelijkerwijs niet kan worden voldaan en dat het doel dat het eerste lid beoogt te bereiken anderszins wordt bereikt. Aan de ontheffing kunnen voorschriften worden verbonden.
6. Een ontheffing kan worden ingetrokken, indien de erkende gemoedsbezwaren zijn komen te vervallen of in strijd met de ontheffingsvoorschriften wordt gehandeld.
- Citeren als
- Art. 15
- Geldig vanaf
- Status
- Geldend recht
- Identificatie
- BWBR0038869
- Officiële bron
- wetten.overheid.nl