BWBR0038869
Geldig vanaf 16-11-2018
Artikel 4
Nadere voorschriften kwaliteitssystemen
1. De kwaliteitsbepaler is verantwoordelijk voor een kwaliteitssysteem dat een redelijke mate van zekerheid geeft dat NVKS-opdrachten worden uitgevoerd conform de van toepassing zijnde wet- en regelgeving.
2. Het kwaliteitssysteem, bedoeld in het eerste lid, omvat de volgende onderdelen:
a. het vaststellen en vastleggen van een kwaliteitsbeleid dat ten minste voldoet aan de paragrafen 4 en 5 van deze nadere voorschriften;
b. het periodiek beoordelen van de effectiviteit van het kwaliteitsbeleid;
c. het identificeren van risico’s die het behalen van de doelstellingen uit het kwaliteitsbeleid kunnen bedreigen;
d. het opzetten, implementeren en vastleggen van een stelsel van kwaliteitsbeheersing dat invulling geeft aan de doelstellingen uit het kwaliteitsbeleid en het beheersen van de risico’s als bedoeld in onderdeel c;
e het toegankelijk maken en het informeren van de bij de opdrachtuitvoering of bedrijfsvoering betrokken personen over: 1° de kwaliteitsambitie;
2° het kwaliteitsbeleid; en
3° het stelsel van kwaliteitsbeheersing;
1° de kwaliteitsambitie;
2° het kwaliteitsbeleid; en
3° het stelsel van kwaliteitsbeheersing;
f het bewaken van de naleving en effectiviteit van het stelsel van kwaliteitsbeheersing.
3. De kwaliteitsbepaler kan zich, onverminderd zijn verantwoordelijkheid, laten ondersteunen door een ander met voldoende kennis en ervaring om de aan de kwaliteitsbepaler opgelegde taken te kunnen uitvoeren.
4. De kwaliteitsbepaler kan, onverminderd zijn verantwoordelijkheid, voor de operationele taken genoemd in het tweede lid, onderdelen c tot en met f, een kwaliteitsmanager aanwijzen.
5. Een kwaliteitsmanager als bedoeld in het vierde lid, beschikt over de kennis en ervaring met betrekking tot het stelsel van kwaliteitsbeheersing die ten minste omvat:
a. kennis van de accountantseenheid en de soort opdrachten die worden uitgevoerd;
b. deskundigheid en ervaring met betrekking tot risicoanalyse en kwaliteitsbeheersing;
c. vaardigheden om de doelstellingen uit het kwaliteitsbeleid om te zetten in maatregelen en procedures;
d. communicatieve en sociale vaardigheden die nodig zijn om het stelsel van kwaliteitsbeheersing in de accountantseenheid te implementeren en bewaken.
6. De kwaliteitsbepaler die geen kwaliteitsmanager aanwijst, beschikt zelf over de kennis en ervaring, bedoeld in het vijfde lid.
7. De kwaliteitsbepaler ziet erop toe dat de kwaliteitsmanager zijn taken in overeenstemming met deze nadere voorschriften uitvoert.
8. De kwaliteitsbepaler is ervoor verantwoordelijk dat het kwaliteitssysteem binnen een redelijke termijn wordt aangepast als de uitkomsten van de jaarlijkse evaluatie, bedoeld in artikel 22, of een wijziging van omstandigheden hiertoe aanleiding geeft.
2. Het kwaliteitssysteem, bedoeld in het eerste lid, omvat de volgende onderdelen:
a. het vaststellen en vastleggen van een kwaliteitsbeleid dat ten minste voldoet aan de paragrafen 4 en 5 van deze nadere voorschriften;
b. het periodiek beoordelen van de effectiviteit van het kwaliteitsbeleid;
c. het identificeren van risico’s die het behalen van de doelstellingen uit het kwaliteitsbeleid kunnen bedreigen;
d. het opzetten, implementeren en vastleggen van een stelsel van kwaliteitsbeheersing dat invulling geeft aan de doelstellingen uit het kwaliteitsbeleid en het beheersen van de risico’s als bedoeld in onderdeel c;
e het toegankelijk maken en het informeren van de bij de opdrachtuitvoering of bedrijfsvoering betrokken personen over: 1° de kwaliteitsambitie;
2° het kwaliteitsbeleid; en
3° het stelsel van kwaliteitsbeheersing;
1° de kwaliteitsambitie;
2° het kwaliteitsbeleid; en
3° het stelsel van kwaliteitsbeheersing;
f het bewaken van de naleving en effectiviteit van het stelsel van kwaliteitsbeheersing.
3. De kwaliteitsbepaler kan zich, onverminderd zijn verantwoordelijkheid, laten ondersteunen door een ander met voldoende kennis en ervaring om de aan de kwaliteitsbepaler opgelegde taken te kunnen uitvoeren.
4. De kwaliteitsbepaler kan, onverminderd zijn verantwoordelijkheid, voor de operationele taken genoemd in het tweede lid, onderdelen c tot en met f, een kwaliteitsmanager aanwijzen.
5. Een kwaliteitsmanager als bedoeld in het vierde lid, beschikt over de kennis en ervaring met betrekking tot het stelsel van kwaliteitsbeheersing die ten minste omvat:
a. kennis van de accountantseenheid en de soort opdrachten die worden uitgevoerd;
b. deskundigheid en ervaring met betrekking tot risicoanalyse en kwaliteitsbeheersing;
c. vaardigheden om de doelstellingen uit het kwaliteitsbeleid om te zetten in maatregelen en procedures;
d. communicatieve en sociale vaardigheden die nodig zijn om het stelsel van kwaliteitsbeheersing in de accountantseenheid te implementeren en bewaken.
6. De kwaliteitsbepaler die geen kwaliteitsmanager aanwijst, beschikt zelf over de kennis en ervaring, bedoeld in het vijfde lid.
7. De kwaliteitsbepaler ziet erop toe dat de kwaliteitsmanager zijn taken in overeenstemming met deze nadere voorschriften uitvoert.
8. De kwaliteitsbepaler is ervoor verantwoordelijk dat het kwaliteitssysteem binnen een redelijke termijn wordt aangepast als de uitkomsten van de jaarlijkse evaluatie, bedoeld in artikel 22, of een wijziging van omstandigheden hiertoe aanleiding geeft.
- Citeren als
- Art. 4
- Geldig vanaf
- Status
- Geldend recht
- Identificatie
- BWBR0038869
- Officiële bron
- wetten.overheid.nl