BWBR0038869
Geldig vanaf 01-01-2017
Artikel 20
Nadere voorschriften kwaliteitssystemen
1. De kwaliteitsbepaler richt het kwaliteitssysteem zodanig in dat dit een redelijke mate van zekerheid geeft dat indien een opdrachtgerichte kwaliteitsbeoordeling van een opdracht als bedoeld in artikel 17 plaatsvindt:
a. de eindverantwoordelijke accountant: 1° relevante documenten en informatie aan de opdrachtgerichte kwaliteitsbeoordelaar verstrekt;
2° de significante aangelegenheden die aan het licht zijn gekomen tijdens de uitvoering van deze opdracht, waaronder zaken die tijdens de opdrachtgerichte kwaliteitsbeoordeling zijn vastgesteld, met de opdrachtgerichte kwaliteitsbeoordelaar bespreekt;
1° relevante documenten en informatie aan de opdrachtgerichte kwaliteitsbeoordelaar verstrekt;
2° de significante aangelegenheden die aan het licht zijn gekomen tijdens de uitvoering van deze opdracht, waaronder zaken die tijdens de opdrachtgerichte kwaliteitsbeoordeling zijn vastgesteld, met de opdrachtgerichte kwaliteitsbeoordelaar bespreekt;
b. de opdrachtgerichte kwaliteitsbeoordelaar de diepgang van de uit te voeren opdrachtgerichte kwaliteitsbeoordeling laat afhangen van de aard en omvang van de opdracht en zijn overwegingen documenteert;
c. de opdrachtgerichte kwaliteitsbeoordelaar een objectieve evaluatie uitvoert van: 1° de significante oordeelsvormingen van het opdrachtteam; en
2° de conclusies die zijn getrokken bij de formulering van de voorgestelde accountantsverklaring;
1° de significante oordeelsvormingen van het opdrachtteam; en
2° de conclusies die zijn getrokken bij de formulering van de voorgestelde accountantsverklaring;
d. de opdrachtgerichte kwaliteitsbeoordelaar vastlegt: 1° dat de opdrachtgerichte kwaliteitsbeoordeling is uitgevoerd in overeenstemming met het stelsel van kwaliteitsbeheersing;
2° dat de opdrachtgerichte kwaliteitsbeoordeling tijdig, in overeenstemming met artikel 13, tweede lid, is afgerond; en
3° wat zijn conclusie is over de uitkomst die door de eindverantwoordelijke accountant is verwoord in de voorgestelde accountantsverklaring.
1° dat de opdrachtgerichte kwaliteitsbeoordeling is uitgevoerd in overeenstemming met het stelsel van kwaliteitsbeheersing;
2° dat de opdrachtgerichte kwaliteitsbeoordeling tijdig, in overeenstemming met artikel 13, tweede lid, is afgerond; en
3° wat zijn conclusie is over de uitkomst die door de eindverantwoordelijke accountant is verwoord in de voorgestelde accountantsverklaring.
2. De evaluatie, bedoeld in het eerste lid, onderdeel c, houdt het volgende in:
a. bespreking van significante aangelegenheden met de eindverantwoordelijke accountant;
b. beoordeling van het object van onderzoek en de voorgestelde accountantsverklaring;
c. beoordeling van geselecteerde documentatie met betrekking tot de significante oordeelsvormingen van het opdrachtteam en de conclusies die zijn getrokken; en
d. beoordeling of de voorgestelde accountantsverklaring passend is.
3. De kwaliteitsbepaler richt het kwaliteitssysteem zodanig in dat dit een redelijke mate van zekerheid geeft dat een opdrachtgerichte kwaliteitsbeoordeling plaatsvindt bij controleopdrachten van financiële overzichten bij organisaties van openbaar belang.
4. De kwaliteitsbepaler richt het kwaliteitssysteem zodanig in dat dit een redelijke mate van zekerheid geeft dat een opdrachtgerichte kwaliteitsbeoordelaar die een opdrachtgerichte kwaliteitsbeoordeling van een opdracht als bedoeld in het derde lid bij een organisatie van openbaar belang uitvoert:
a. beoordeelt hoe de eindverantwoordelijke accountant de onafhankelijke uitvoering van de opdracht heeft gewaarborgd;
b. vaststelt dat passende adviesvragen als bedoeld in artikel 12, tweede lid, onder g, zijn gesteld en de daaruit voortvloeiende conclusies zijn beoordeeld;
c. beoordeelt of de geselecteerde documentatie een goede weergave is van de uitgevoerde werkzaamheden met betrekking tot significante oordeelsvormingen en of deze de conclusies onderbouwt die zijn getrokken.
a. de eindverantwoordelijke accountant: 1° relevante documenten en informatie aan de opdrachtgerichte kwaliteitsbeoordelaar verstrekt;
2° de significante aangelegenheden die aan het licht zijn gekomen tijdens de uitvoering van deze opdracht, waaronder zaken die tijdens de opdrachtgerichte kwaliteitsbeoordeling zijn vastgesteld, met de opdrachtgerichte kwaliteitsbeoordelaar bespreekt;
1° relevante documenten en informatie aan de opdrachtgerichte kwaliteitsbeoordelaar verstrekt;
2° de significante aangelegenheden die aan het licht zijn gekomen tijdens de uitvoering van deze opdracht, waaronder zaken die tijdens de opdrachtgerichte kwaliteitsbeoordeling zijn vastgesteld, met de opdrachtgerichte kwaliteitsbeoordelaar bespreekt;
b. de opdrachtgerichte kwaliteitsbeoordelaar de diepgang van de uit te voeren opdrachtgerichte kwaliteitsbeoordeling laat afhangen van de aard en omvang van de opdracht en zijn overwegingen documenteert;
c. de opdrachtgerichte kwaliteitsbeoordelaar een objectieve evaluatie uitvoert van: 1° de significante oordeelsvormingen van het opdrachtteam; en
2° de conclusies die zijn getrokken bij de formulering van de voorgestelde accountantsverklaring;
1° de significante oordeelsvormingen van het opdrachtteam; en
2° de conclusies die zijn getrokken bij de formulering van de voorgestelde accountantsverklaring;
d. de opdrachtgerichte kwaliteitsbeoordelaar vastlegt: 1° dat de opdrachtgerichte kwaliteitsbeoordeling is uitgevoerd in overeenstemming met het stelsel van kwaliteitsbeheersing;
2° dat de opdrachtgerichte kwaliteitsbeoordeling tijdig, in overeenstemming met artikel 13, tweede lid, is afgerond; en
3° wat zijn conclusie is over de uitkomst die door de eindverantwoordelijke accountant is verwoord in de voorgestelde accountantsverklaring.
1° dat de opdrachtgerichte kwaliteitsbeoordeling is uitgevoerd in overeenstemming met het stelsel van kwaliteitsbeheersing;
2° dat de opdrachtgerichte kwaliteitsbeoordeling tijdig, in overeenstemming met artikel 13, tweede lid, is afgerond; en
3° wat zijn conclusie is over de uitkomst die door de eindverantwoordelijke accountant is verwoord in de voorgestelde accountantsverklaring.
2. De evaluatie, bedoeld in het eerste lid, onderdeel c, houdt het volgende in:
a. bespreking van significante aangelegenheden met de eindverantwoordelijke accountant;
b. beoordeling van het object van onderzoek en de voorgestelde accountantsverklaring;
c. beoordeling van geselecteerde documentatie met betrekking tot de significante oordeelsvormingen van het opdrachtteam en de conclusies die zijn getrokken; en
d. beoordeling of de voorgestelde accountantsverklaring passend is.
3. De kwaliteitsbepaler richt het kwaliteitssysteem zodanig in dat dit een redelijke mate van zekerheid geeft dat een opdrachtgerichte kwaliteitsbeoordeling plaatsvindt bij controleopdrachten van financiële overzichten bij organisaties van openbaar belang.
4. De kwaliteitsbepaler richt het kwaliteitssysteem zodanig in dat dit een redelijke mate van zekerheid geeft dat een opdrachtgerichte kwaliteitsbeoordelaar die een opdrachtgerichte kwaliteitsbeoordeling van een opdracht als bedoeld in het derde lid bij een organisatie van openbaar belang uitvoert:
a. beoordeelt hoe de eindverantwoordelijke accountant de onafhankelijke uitvoering van de opdracht heeft gewaarborgd;
b. vaststelt dat passende adviesvragen als bedoeld in artikel 12, tweede lid, onder g, zijn gesteld en de daaruit voortvloeiende conclusies zijn beoordeeld;
c. beoordeelt of de geselecteerde documentatie een goede weergave is van de uitgevoerde werkzaamheden met betrekking tot significante oordeelsvormingen en of deze de conclusies onderbouwt die zijn getrokken.
- Citeren als
- Art. 20
- Geldig vanaf
- Status
- Geldend recht
- Identificatie
- BWBR0038869
- Officiële bron
- wetten.overheid.nl