BWBR0043371
Geldig vanaf 2024-01-01
Artikel 4.6
Aanvullingswet grondeigendom Omgevingswet
1. Een inrichtingsplan als bedoeld in artikel 17 van de Wet inrichting landelijk gebiedgeldt voor de onderdelen waartegen beroep openstaat als inrichtingsbesluit als bedoeld in artikel 12.7 van de Omgevingsweten voor de overige onderdelen als een inrichtingsprogramma als bedoeld in artikel 3.14a van de Omgevingswet.
2. Een ruilplan als bedoeld in artikel 47 van de Wet inrichting landelijk gebiedgeldt als ruilbesluit als bedoeld in artikel 12.22 van de Omgevingswet.
3. In afwijking van het eerste lid vervalt een inrichtingsplan voor zover dat voorziet in de toewijzing en regeling van het beheer en onderhoud van waterlopen, dijken of kaden met de daartoe behorende kunstwerken, bedoeld in artikel 28, onder b, van de Wet inrichting landelijk gebied, op het tijdstip waarop deze wet in werking treedt.
2. Een ruilplan als bedoeld in artikel 47 van de Wet inrichting landelijk gebiedgeldt als ruilbesluit als bedoeld in artikel 12.22 van de Omgevingswet.
3. In afwijking van het eerste lid vervalt een inrichtingsplan voor zover dat voorziet in de toewijzing en regeling van het beheer en onderhoud van waterlopen, dijken of kaden met de daartoe behorende kunstwerken, bedoeld in artikel 28, onder b, van de Wet inrichting landelijk gebied, op het tijdstip waarop deze wet in werking treedt.