BWBR0045528
Geldig vanaf 2024-06-15
Artikel 2.31
Omgevingsregeling
1. De geometrische begrenzing van gebieden waar bouwwerken communicatie-, navigatie- en radarapparatuur buiten Schiphol of overige burgerluchthavens van nationale en regionale betekenis kunnen verstorenals bedoeld in artikel 5.161a, eerste lid, van het Besluit kwaliteit leefomgeving, is vastgelegd in bijlage III.
2. De maximaal toelaatbare hoogte voor bouwwerken, bedoeld in artikel 5.161a, tweede lid, van het Besluit kwaliteit leefomgeving, is vastgelegd in bijlage III.
3. De maximaal toelaatbare hoogte voor windturbines, bedoeld in artikel 5.161a, derde lid, van het Besluit kwaliteit leefomgeving, is vastgelegd in bijlage III.
4. De geometrische begrenzing van gebieden waar bouwwerken het civiele radarbeeld kunnen verstorenals bedoeld in artikel 5.161a, vijfde lid, van het Besluit kwaliteit leefomgeving, is vastgelegd in bijlage III.
5. De geometrische begrenzing van gebieden waar windturbines het civiele radarbeeld kunnen verstorenals bedoeld in artikel 5.161a, vijfde lid, van het Besluit kwaliteit leefomgeving, is vastgelegd in bijlage III.
2. De maximaal toelaatbare hoogte voor bouwwerken, bedoeld in artikel 5.161a, tweede lid, van het Besluit kwaliteit leefomgeving, is vastgelegd in bijlage III.
3. De maximaal toelaatbare hoogte voor windturbines, bedoeld in artikel 5.161a, derde lid, van het Besluit kwaliteit leefomgeving, is vastgelegd in bijlage III.
4. De geometrische begrenzing van gebieden waar bouwwerken het civiele radarbeeld kunnen verstorenals bedoeld in artikel 5.161a, vijfde lid, van het Besluit kwaliteit leefomgeving, is vastgelegd in bijlage III.
5. De geometrische begrenzing van gebieden waar windturbines het civiele radarbeeld kunnen verstorenals bedoeld in artikel 5.161a, vijfde lid, van het Besluit kwaliteit leefomgeving, is vastgelegd in bijlage III.