BWBR0045528
Geldig vanaf 2024-06-15
Artikel 9.32
Omgevingsregeling
1. Aan een omgevingsvergunning worden voorschriften verbonden die inhouden dat de signaalwaarde, bedoeld in artikel 8.62l, eerste lid, onder a, van het Besluit kwaliteit leefomgeving, is:
a. als één referentiepunt is aangewezen: 1°. als minder dan 30 metingen zijn verricht: de concentratie van een stof op het referentiepunt, vermenigvuldigd met 1,3; of
2°. als 30 of meer metingen zijn verricht: de waarde waaronder 98% van de metingen liggen;
1°. als minder dan 30 metingen zijn verricht: de concentratie van een stof op het referentiepunt, vermenigvuldigd met 1,3; of
2°. als 30 of meer metingen zijn verricht: de waarde waaronder 98% van de metingen liggen;
b. als meer dan een referentiepunt is aangewezen: het gemiddelde van de signaalwaarden op de afzonderlijke referentiepunten.
2. Aan een omgevingsvergunning worden voorschriften verbonden die inhouden dat de herhaalde meting, bedoeld in artikel 8.62l, eerste lid, onder b, van het Besluit kwaliteit leefomgeving, wordt uitgevoerd door een door de vergunninghouder ingeschakelde deskundige.
a. als één referentiepunt is aangewezen: 1°. als minder dan 30 metingen zijn verricht: de concentratie van een stof op het referentiepunt, vermenigvuldigd met 1,3; of
2°. als 30 of meer metingen zijn verricht: de waarde waaronder 98% van de metingen liggen;
1°. als minder dan 30 metingen zijn verricht: de concentratie van een stof op het referentiepunt, vermenigvuldigd met 1,3; of
2°. als 30 of meer metingen zijn verricht: de waarde waaronder 98% van de metingen liggen;
b. als meer dan een referentiepunt is aangewezen: het gemiddelde van de signaalwaarden op de afzonderlijke referentiepunten.
2. Aan een omgevingsvergunning worden voorschriften verbonden die inhouden dat de herhaalde meting, bedoeld in artikel 8.62l, eerste lid, onder b, van het Besluit kwaliteit leefomgeving, wordt uitgevoerd door een door de vergunninghouder ingeschakelde deskundige.