BWBR0001935
Geldig vanaf 01-09-1927
Artikel 3
Uitvoeringsbesluit Zeebrievenwet 1926
De vergunningen vervallen:
a. door het verloop van één jaar na den dag van afgifte;
b. wanneer het schip niet meer voldoet aan de in artikel 1 bedoelde vereischten omtrent den eigendom;
c. wanneer de naam van het schip is veranderd;
d. door gebruik van het schip tot kaapvaart, zeeroof, slavenhandel, smokkelhandel, spionnage of ander bedrijf, waarvoor de vergunning niet is afgegeven;
e. wanneer het schip wordt gesloopt, vergaat of door zeeroovers of vijanden wordt genomen.
Wanneer echter de termijn, onder a bedoeld, gedurende de reis verstrijkt, blijft de vergunning van kracht tot de terugkomst van het schip ter plaatse waar het tehuis behoort, doch niet langer dan drie maanden.
a. door het verloop van één jaar na den dag van afgifte;
b. wanneer het schip niet meer voldoet aan de in artikel 1 bedoelde vereischten omtrent den eigendom;
c. wanneer de naam van het schip is veranderd;
d. door gebruik van het schip tot kaapvaart, zeeroof, slavenhandel, smokkelhandel, spionnage of ander bedrijf, waarvoor de vergunning niet is afgegeven;
e. wanneer het schip wordt gesloopt, vergaat of door zeeroovers of vijanden wordt genomen.
Wanneer echter de termijn, onder a bedoeld, gedurende de reis verstrijkt, blijft de vergunning van kracht tot de terugkomst van het schip ter plaatse waar het tehuis behoort, doch niet langer dan drie maanden.
- Citeren als
- Art. 3
- Geldig vanaf
- Status
- Geldend recht
- Identificatie
- BWBR0001935
- Officiële bron
- wetten.overheid.nl