BWBR0001935
Geldig vanaf 01-09-1927
Artikel 4
Uitvoeringsbesluit Zeebrievenwet 1926
1. De vervallen vergunning wordt door den eigenaar van het schip, of, indien zij onder den kapitein berust, door dezen met de eerste gelegenheid ingezonden aan de autoriteit, die de vergunning heeft afgegeven, behoudens het geval, voorzien bij artikel 15, laatste lid, van de Zeebrievenwet 1926.
2. Wanneer het schip wordt gesloopt, vergaat of wordt genomen of de vergunning ten gevolge van vervreemding van het schip gedurende de reis vervalt, geschiedt de inzending van de vervallen vergunning door tusschenkomst van den naastbijzijnden Nederlandschen diplomatieken, consulairen of kolonialen ambtenaar.
3. De oorzaak van het vervallen van de vergunning wordt bij de inzending opgegeven.
4. Voor de ingezonden vergunning wordt den eigenaar of kapitein desverlangd een bewijs van ontvangst uitgereikt.
2. Wanneer het schip wordt gesloopt, vergaat of wordt genomen of de vergunning ten gevolge van vervreemding van het schip gedurende de reis vervalt, geschiedt de inzending van de vervallen vergunning door tusschenkomst van den naastbijzijnden Nederlandschen diplomatieken, consulairen of kolonialen ambtenaar.
3. De oorzaak van het vervallen van de vergunning wordt bij de inzending opgegeven.
4. Voor de ingezonden vergunning wordt den eigenaar of kapitein desverlangd een bewijs van ontvangst uitgereikt.
- Citeren als
- Art. 4
- Geldig vanaf
- Status
- Geldend recht
- Identificatie
- BWBR0001935
- Officiële bron
- wetten.overheid.nl