BWBR0001978
Geldig vanaf 1936-10-12
Artikel 15
Wet luchtvervoer
1. De afzender heeft het recht, onder voorwaarde, dat hij al de uit de luchtvervoerovereenkomst voortvloeiende verplichtingen naleeft, over de zaken te beschikken, hetzij door deze op het luchtvaartterrein van vertrek of van bestemming terug te nemen, hetzij door deze gedurende de reis tijdens een landing op te houden, hetzij door deze te doen afleveren op de plaats van bestemming of tijdens de reis aan een andere persoon dan den op den luchtvrachtbrief aangegeven geadresseerde, hetzij door terugzending te vragen naar het luchtvaartterrein van vertrek, voor zoover de uitoefening van dat recht noch aan den vervoerder, noch aan de andere afzenders nadeel doet, en mits hij de daaruit voortspruitende kosten vergoede.
2. In geval het uitvoeren van de opdrachten van den afzender onmogelijk is, moet de vervoerder dezen daarvan onmiddellijk verwittigen.
3. Indien de vervoerder handelt naar de opdrachten van den afzender in zake de beschikking over de zaken, zonder overlegging te eischen van het aan dezen afgegeven exemplaar van den luchtvrachtbrief, zal hij, behoudens verhaal op den afzender, verantwoordelijk zijn voor de schade, door dit feit veroorzaakt aan hem, die op regelmatige wijze in het bezit is van den luchtvrachtbrief.
4. Het recht van den afzender houdt op te bestaan op het oogenblik, waarop dat van den geadresseerde begint, overeenkomstig het hieronder volgend artikel 16. Indien echter de geadresseerde den luchtvrachtbrief of de zaken weigert, of indien hij niet kan worden bereikt, herkrijgt de afzender zijn beschikkingsrecht.
2. In geval het uitvoeren van de opdrachten van den afzender onmogelijk is, moet de vervoerder dezen daarvan onmiddellijk verwittigen.
3. Indien de vervoerder handelt naar de opdrachten van den afzender in zake de beschikking over de zaken, zonder overlegging te eischen van het aan dezen afgegeven exemplaar van den luchtvrachtbrief, zal hij, behoudens verhaal op den afzender, verantwoordelijk zijn voor de schade, door dit feit veroorzaakt aan hem, die op regelmatige wijze in het bezit is van den luchtvrachtbrief.
4. Het recht van den afzender houdt op te bestaan op het oogenblik, waarop dat van den geadresseerde begint, overeenkomstig het hieronder volgend artikel 16. Indien echter de geadresseerde den luchtvrachtbrief of de zaken weigert, of indien hij niet kan worden bereikt, herkrijgt de afzender zijn beschikkingsrecht.