BWBR0001978
Geldig vanaf 1936-10-12
Artikel 7
Wet luchtvervoer
1. Elke vervoerder van zaken heeft het recht van den afzender te vorderen een bewijsstuk, "luchtvrachtbrief" genaamd, op te maken en af te geven; elke afzender heeft het recht van den vervoerder te vorderen dat document aan te nemen.
2. Het ontbreken van de luchtvrachtbrief, een onnauwkeurigheid daarin of het verlies daarvan heeft invloed noch op het bestaan, noch op de geldigheid van de vervoerovereenkomst, welke desondanks zal zijn onderworpen aan de bepalingen van deze wet. Indien evenwel de vervoerder de zaken aanneemt zonder dat een luchtvrachtbrief is opgemaakt, heeft hij niet het recht zich te beroepen op de bepalingen van deze wet, welke zijn aansprakelijkheid uitsluiten of beperken.
2. Het ontbreken van de luchtvrachtbrief, een onnauwkeurigheid daarin of het verlies daarvan heeft invloed noch op het bestaan, noch op de geldigheid van de vervoerovereenkomst, welke desondanks zal zijn onderworpen aan de bepalingen van deze wet. Indien evenwel de vervoerder de zaken aanneemt zonder dat een luchtvrachtbrief is opgemaakt, heeft hij niet het recht zich te beroepen op de bepalingen van deze wet, welke zijn aansprakelijkheid uitsluiten of beperken.