BWBR0001978
Geldig vanaf 1936-10-12
Artikel 8
Wet luchtvervoer
1. De luchtvrachtbrief wordt door den afzender opgemaakt in drie oorspronkelijke exemplaren en afgegeven met de zaken.
2. Het eerste exemplaar bevat de vermelding "voor den vervoerder"; het wordt geteekend door den afzender. Het tweede exemplaar bevat de vermelding "voor den geadresseerde"; het wordt geteekend door den afzender en den vervoerder en het gaat met de zaken mee. Het derde exemplaar wordt geteekend door den vervoerder en, na ontvangst van de zaken, door dezen uitgereikt aan den afzender.
3. De handtekening van de vervoerder moet worden geplaatst vóór het inladen van de zaken in het luchtvaartuig.
4. De handteekening van den vervoerder kan worden vervangen door een stempel; die van den afzender kan worden gedrukt of vervangen door een stempel.
5. Indien op verzoek van den afzender de vervoerder den luchtvrachtbrief opmaakt, wordt hij, behoudens tegenbewijs, geacht te handelen voor rekening van den afzender.
2. Het eerste exemplaar bevat de vermelding "voor den vervoerder"; het wordt geteekend door den afzender. Het tweede exemplaar bevat de vermelding "voor den geadresseerde"; het wordt geteekend door den afzender en den vervoerder en het gaat met de zaken mee. Het derde exemplaar wordt geteekend door den vervoerder en, na ontvangst van de zaken, door dezen uitgereikt aan den afzender.
3. De handtekening van de vervoerder moet worden geplaatst vóór het inladen van de zaken in het luchtvaartuig.
4. De handteekening van den vervoerder kan worden vervangen door een stempel; die van den afzender kan worden gedrukt of vervangen door een stempel.
5. Indien op verzoek van den afzender de vervoerder den luchtvrachtbrief opmaakt, wordt hij, behoudens tegenbewijs, geacht te handelen voor rekening van den afzender.