BWBR0002269
Geldig vanaf 1958-05-01
Artikel 70d
Pachtwet
1. Indien toepassing is gegeven aan artikel 70 bzijn, onverminderd het bepaalde in het derde, vierde en vijfde lid, de artikelen 36 tot en met 49 aen 54 niet van toepassing en wordt de pachtovereenkomst telkens van rechtswege met zes jaren verlengd.
2. Verlenging vindt niet plaats wanneer een van de partijen uiterlijk zes maanden voor het einde van de lopende pachtovereenkomst aan de wederpartij bij deurwaardersexploot of bij aangetekende brief heeft kennis gegeven dat zij verlenging niet of niet onder dezelfde voorwaarden wenst.
3. De pachter kan binnen een maand na ontvangst van een kennisgeving als bedoeld in het tweede lid, aan de pachtkamer verzoeken de pachtovereenkomst te verlengen.
4. De pachtkamer beslist op een verzoek om verlenging naar billijkheid, met inachtneming evenwel van een overeenkomstige toepassing van het bepaalde in de artikelen 37, 38 a, eerste lid, 39 en 40, 42, 45 en 47. Voorts wijst de pachtkamer het verzoek af indien de verpachter met betrekking tot de instandhouding of ontwikkeling van de op het land aanwezige waarden van natuur en landschap een zodanig beheer wil voeren, dat verdere verpachting hiermee niet in overeenstemming te brengen is.
5. Indien de pachtovereenkomst op grond van een verzoek als bedoeld in het derde lid met zes jaren is verlengd, is voor verdere verlenging het bepaalde in het tweede en derde lid van overeenkomstige toepassing.
2. Verlenging vindt niet plaats wanneer een van de partijen uiterlijk zes maanden voor het einde van de lopende pachtovereenkomst aan de wederpartij bij deurwaardersexploot of bij aangetekende brief heeft kennis gegeven dat zij verlenging niet of niet onder dezelfde voorwaarden wenst.
3. De pachter kan binnen een maand na ontvangst van een kennisgeving als bedoeld in het tweede lid, aan de pachtkamer verzoeken de pachtovereenkomst te verlengen.
4. De pachtkamer beslist op een verzoek om verlenging naar billijkheid, met inachtneming evenwel van een overeenkomstige toepassing van het bepaalde in de artikelen 37, 38 a, eerste lid, 39 en 40, 42, 45 en 47. Voorts wijst de pachtkamer het verzoek af indien de verpachter met betrekking tot de instandhouding of ontwikkeling van de op het land aanwezige waarden van natuur en landschap een zodanig beheer wil voeren, dat verdere verpachting hiermee niet in overeenstemming te brengen is.
5. Indien de pachtovereenkomst op grond van een verzoek als bedoeld in het derde lid met zes jaren is verlengd, is voor verdere verlenging het bepaalde in het tweede en derde lid van overeenkomstige toepassing.