BWBR0002279
Geldig vanaf 1958-04-08
Artikel 10
Inkomsten-vergoedingsbeschikking-militairen
1. De vergoeding wordt na beëindiging van de werkelijke dienst nog over één dag doorbetaald.
2. De vergoeding wordt doorbetaald gedurende het tijdvak, dat het de militair met het oog op zijn geneeskundige behandeling of verpleging vergund is – in aansluiting op de werkelijke dienst, omschreven in artikel 1, onder c, van het besluit – in militaire dienst te verblijven.
3. Indien de militair tijdens de werkelijke dienst overlijdt, wordt aan zijn verwanten gedurende maximaal 13 weken, te rekenen van de dag, volgende op die van het overlijden, een uitkering toegekend, welke gelijk is aan het bedrag, hetwelk door de militair aan vergoeding zou zijn genoten, ware hij niet overleden. Laat de militair geen verwanten na, dan kan een naar het oordeel van de minister passend bedrag worden uitgekeerd voor de betaling van eventuele nog lopende verplichtingen van de overledene. Onder verwanten worden in dit verband verstaan:
a. indien de overledene een weduwe nalaat, uitsluitend zijn weduwe;
b. indien de overledene geen weduwe nalaat, zijn minderjarige wettige kinderen of natuurlijke kinderen;
c. indien ook zodanige kinderen ontbreken, de bloed- en aanverwanten tot en met de tweede graad, in wier levensonderhoud de militair geheel of voor een aanzienlijk gedeelte voorzag.
4. In gelijke zin als in het derde lid omschreven, wordt gehandeld ten aanzien van de militair, die vermist is geraakt bij de uitvoering van een gevorderde of bevolen dienst, dan wel ten gevolge van bijzondere omstandigheden, die zich bij de uitoefening van de dienst hebben voorgedaan.
2. De vergoeding wordt doorbetaald gedurende het tijdvak, dat het de militair met het oog op zijn geneeskundige behandeling of verpleging vergund is – in aansluiting op de werkelijke dienst, omschreven in artikel 1, onder c, van het besluit – in militaire dienst te verblijven.
3. Indien de militair tijdens de werkelijke dienst overlijdt, wordt aan zijn verwanten gedurende maximaal 13 weken, te rekenen van de dag, volgende op die van het overlijden, een uitkering toegekend, welke gelijk is aan het bedrag, hetwelk door de militair aan vergoeding zou zijn genoten, ware hij niet overleden. Laat de militair geen verwanten na, dan kan een naar het oordeel van de minister passend bedrag worden uitgekeerd voor de betaling van eventuele nog lopende verplichtingen van de overledene. Onder verwanten worden in dit verband verstaan:
a. indien de overledene een weduwe nalaat, uitsluitend zijn weduwe;
b. indien de overledene geen weduwe nalaat, zijn minderjarige wettige kinderen of natuurlijke kinderen;
c. indien ook zodanige kinderen ontbreken, de bloed- en aanverwanten tot en met de tweede graad, in wier levensonderhoud de militair geheel of voor een aanzienlijk gedeelte voorzag.
4. In gelijke zin als in het derde lid omschreven, wordt gehandeld ten aanzien van de militair, die vermist is geraakt bij de uitvoering van een gevorderde of bevolen dienst, dan wel ten gevolge van bijzondere omstandigheden, die zich bij de uitoefening van de dienst hebben voorgedaan.