BWBR0002279
Geldig vanaf 1958-04-08
Artikel 2
Inkomsten-vergoedingsbeschikking-militairen
1. De aanvraag om vergoeding wordt gedaan door de militair, tenzij hij daartoe niet in de gelegenheid is, in welk geval de aanvraag namens hem kan geschieden.
2. De aanvraag wordt schriftelijk gedaan met gebruikmaking van een formulier overeenkomstig model 1 en wordt ingediend bij de burgemeester van de gemeente, waar de militair in het bevolkingsregister is opgenomen. Is de militair opgenomen in het Centrale Bevolkingsregister, dan wordt de aanvraag gedaan bij de burgemeester van de Nederlandse gemeente, waar de militair laatstelijk vóór zijn opkomst verblijf hield. Woont de militair in het buitenland dan wordt de aanvraag gedaan bij de minister door tussenkomst van de consulaire ambtenaar, binnen wiens ressort de woonplaats is gelegen.
3. De aanvraag wordt bij voorkeur gedaan in de periode, gelegen tussen de 30ste en de 6de dag vóór de voor de opkomst vastgestelde dag, doch in elk geval uiterlijk binnen 30 dagen na beëindiging van de werkelijke dienst. Bij overschrijding van laatstbedoelde termijn legt de burgemeester de aanvraag, voorzien van een met redenen omkleed advies, ter beslissing aan de minister voor.
2. De aanvraag wordt schriftelijk gedaan met gebruikmaking van een formulier overeenkomstig model 1 en wordt ingediend bij de burgemeester van de gemeente, waar de militair in het bevolkingsregister is opgenomen. Is de militair opgenomen in het Centrale Bevolkingsregister, dan wordt de aanvraag gedaan bij de burgemeester van de Nederlandse gemeente, waar de militair laatstelijk vóór zijn opkomst verblijf hield. Woont de militair in het buitenland dan wordt de aanvraag gedaan bij de minister door tussenkomst van de consulaire ambtenaar, binnen wiens ressort de woonplaats is gelegen.
3. De aanvraag wordt bij voorkeur gedaan in de periode, gelegen tussen de 30ste en de 6de dag vóór de voor de opkomst vastgestelde dag, doch in elk geval uiterlijk binnen 30 dagen na beëindiging van de werkelijke dienst. Bij overschrijding van laatstbedoelde termijn legt de burgemeester de aanvraag, voorzien van een met redenen omkleed advies, ter beslissing aan de minister voor.