BWBR0002279
Geldig vanaf 1958-04-08
Artikel 5
Inkomsten-vergoedingsbeschikking-militairen
1. Bij de berekening van het vergoedingsbedrag overeenkomstig artikel 6, eerste lid, van het besluit, wordt de grondslag per week vastgesteld met inachtneming van een maximum van f 1.468,27; van de aldus verkregen grondslag wordt 80% genomen; het alsdan verkregen bedrag wordt, voor zoveel nodig, verminderd met de in artikel 7, derde lid, van het besluit bedoelde toeslag en het in paragraaf 6 omschreven gedeelte van de militaire inkomsten; vervolgens wordt de vergoeding per dag berekend door het weekbedrag te delen door 7 en daarna naar boven af te ronden tot een veelvoud van f 0,05.
2. Bij de berekening van het vergoedingsbedrag overeenkomstig artikel 6, tweede lid, van het besluit wordt de grondslag per week vastgesteld met inachtneming van een maximum van f 1.468,27; op de aldus verkregen grondslag wordt het in § 6 omschreven gedeelte van de militaire inkomsten in mindering gebracht; het alsdan verkregen bedrag is de vergoeding per week, welke daarna per dag wordt vastgesteld op de in het vorige lid omschreven wijze.
3. Indien de berekening van het vergoedingsbedrag zowel overeenkomstig het eerste lid als het tweede lid van artikel 6 van het besluit zou moeten geschieden, wordt als volgt gehandeld: 80% van de grondslag bedoeld in de artikelen 3 en 5 van het besluit – tot een maximum van 80% van f 1.468,27 per week – wordt vermeerderd met 100% van de grondslag bedoeld in artikel 4 van het besluit, met dien verstande dat de som van deze bedragen een bedrag van f 1.468,27 per week niet mag overschrijden: het alsdan verkregen bedrag wordt, voor zoveel nodig, verminderd met de in artikel 7, derde lid, van het besluit bedoelde toeslag en het in paragraaf 6 omschreven gedeelte van de militaire inkomsten; het aldus verkregen bedrag is de vergoeding per week, welke daarna per dag wordt vastgesteld op de in het eerste lid omschreven wijze.
4. Met het oog op de in de vorige leden omschreven berekening wordt, voor zoveel nodig, door vermenigvuldiging met
[tabel]
de grondslag per maand herleid tot de grondslag per week.
2. Bij de berekening van het vergoedingsbedrag overeenkomstig artikel 6, tweede lid, van het besluit wordt de grondslag per week vastgesteld met inachtneming van een maximum van f 1.468,27; op de aldus verkregen grondslag wordt het in § 6 omschreven gedeelte van de militaire inkomsten in mindering gebracht; het alsdan verkregen bedrag is de vergoeding per week, welke daarna per dag wordt vastgesteld op de in het vorige lid omschreven wijze.
3. Indien de berekening van het vergoedingsbedrag zowel overeenkomstig het eerste lid als het tweede lid van artikel 6 van het besluit zou moeten geschieden, wordt als volgt gehandeld: 80% van de grondslag bedoeld in de artikelen 3 en 5 van het besluit – tot een maximum van 80% van f 1.468,27 per week – wordt vermeerderd met 100% van de grondslag bedoeld in artikel 4 van het besluit, met dien verstande dat de som van deze bedragen een bedrag van f 1.468,27 per week niet mag overschrijden: het alsdan verkregen bedrag wordt, voor zoveel nodig, verminderd met de in artikel 7, derde lid, van het besluit bedoelde toeslag en het in paragraaf 6 omschreven gedeelte van de militaire inkomsten; het aldus verkregen bedrag is de vergoeding per week, welke daarna per dag wordt vastgesteld op de in het eerste lid omschreven wijze.
4. Met het oog op de in de vorige leden omschreven berekening wordt, voor zoveel nodig, door vermenigvuldiging met
[tabel]
de grondslag per maand herleid tot de grondslag per week.