BWBR0002393
Geldig vanaf 1997-05-01
Artikel 22
Vorderingswet
1. In alle gevallen, waarin een recht tot gebruik van een zaak is geëindigd, is degene, voor wie dat recht als gevolg van de vordering was ontstaan, verplicht aan de eigenaar van de zaak onverwijld de feitelijke mogelijkheid tot uitoefening van het recht te verschaffen.
2. Onze Minister die het rechtstreeks aangaat is bevoegd tot oplegging van een last onder bestuursdwang ter handhaving van het eerste lid.
2. Onze Minister die het rechtstreeks aangaat is bevoegd tot oplegging van een last onder bestuursdwang ter handhaving van het eerste lid.