BWBR0002537
Geldig vanaf 1966-01-01
Artikel 11
Uitkeringsregeling 1966
Indien de betrokkene:
a. een hem aangeboden ambt of betrekking, welke hem in verband met zijn persoonlijkheid en omstandigheden redelijkerwijs kan worden opgedragen, weigert te aanvaarden;
b. in de gelegenheid is om op een wijze, die voor hem passend kan worden geacht, inkomsten te verkrijgen, daarvan geen gebruik maakt;
c. inkomsten, als bedoeld in artikel 9, zonder voldoende reden prijs geeft, dan wel door eigen schuld of toedoen verloren doet gaan;
wordt de uitkering verminderd met het bedrag, waarmede de uitkering vermeerderd met de verzuimde, dan wel met de prijsgegeven of verloren gegane inkomsten de bezoldiging zou hebben overschreden.
a. een hem aangeboden ambt of betrekking, welke hem in verband met zijn persoonlijkheid en omstandigheden redelijkerwijs kan worden opgedragen, weigert te aanvaarden;
b. in de gelegenheid is om op een wijze, die voor hem passend kan worden geacht, inkomsten te verkrijgen, daarvan geen gebruik maakt;
c. inkomsten, als bedoeld in artikel 9, zonder voldoende reden prijs geeft, dan wel door eigen schuld of toedoen verloren doet gaan;
wordt de uitkering verminderd met het bedrag, waarmede de uitkering vermeerderd met de verzuimde, dan wel met de prijsgegeven of verloren gegane inkomsten de bezoldiging zou hebben overschreden.