BWBR0002537
Geldig vanaf 1966-01-01
Artikel 2
Uitkeringsregeling 1966
1. Dit besluit verstaat onder betrokkene, hij die in burgerlijke Rijksdienst werkzaam is:
a. als ambtenaar in vaste dienst, die uit hoofde van zijn ontslag geen aanspraak op wachtgeld kan ontlenen aan bij de wet of door Ons vastgestelde bepalingen;
b. als ambtenaar in tijdelijke dienst, die uit hoofde van zijn ontslag geen aanspraak op wachtgeld kan ontlenen aan bij de wet of door Ons vastgestelde bepalingen;
2. Tenzij het tegendeel blijkt wordt onder betrokkene gewezen betrokkene begrepen.
3. Onder betrokkene wordt mede begrepen de ambtenaar die op zijn aanvraag ontslag is verleend in verband met de aanvaarding van een functie buiten de overheid. Een en ander uitsluitend indien de ambtenaar is aangewezen als herplaatsingskandidaat als bedoeld in artikel 49dof 49e van het Algemeen Rijksambtenarenreglementdanwel als bedoeld in de artikelen 84dof 84e van het Ambtenarenreglement Staten-Generaalen hij binnen twee jaar nadat hij een functie heeft aanvaard buiten de overheid, buiten zijn schuld of toedoen wordt ontslagen.
4. Geen betrokkene in de zin van dit besluit is degene die uit hoofde van zijn ontslag recht heeft op een uitkering op grond van de Werkloosheidswet, het Besluit bovenwettelijke uitkeringen bij werkloosheid voor de sector Rijkof een arbeidsongeschiktheidsuitkering op grond van hoofdstuk 6of 7 van de Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen.
a. als ambtenaar in vaste dienst, die uit hoofde van zijn ontslag geen aanspraak op wachtgeld kan ontlenen aan bij de wet of door Ons vastgestelde bepalingen;
b. als ambtenaar in tijdelijke dienst, die uit hoofde van zijn ontslag geen aanspraak op wachtgeld kan ontlenen aan bij de wet of door Ons vastgestelde bepalingen;
2. Tenzij het tegendeel blijkt wordt onder betrokkene gewezen betrokkene begrepen.
3. Onder betrokkene wordt mede begrepen de ambtenaar die op zijn aanvraag ontslag is verleend in verband met de aanvaarding van een functie buiten de overheid. Een en ander uitsluitend indien de ambtenaar is aangewezen als herplaatsingskandidaat als bedoeld in artikel 49dof 49e van het Algemeen Rijksambtenarenreglementdanwel als bedoeld in de artikelen 84dof 84e van het Ambtenarenreglement Staten-Generaalen hij binnen twee jaar nadat hij een functie heeft aanvaard buiten de overheid, buiten zijn schuld of toedoen wordt ontslagen.
4. Geen betrokkene in de zin van dit besluit is degene die uit hoofde van zijn ontslag recht heeft op een uitkering op grond van de Werkloosheidswet, het Besluit bovenwettelijke uitkeringen bij werkloosheid voor de sector Rijkof een arbeidsongeschiktheidsuitkering op grond van hoofdstuk 6of 7 van de Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen.