BWBR0002537
Geldig vanaf 1966-01-01
Artikel 3
Uitkeringsregeling 1966
1. Dit besluit verstaat onder diensttijd,
voorzover gelegen vóór 1 januari 1996:
de tijd zoals die voor betrokkene per 31 december 1995 meetelt voor de pensioenberekening, met uitzondering van de militaire diensttijd, bedoeld in de Algemene burgerlijke pensioenwet;
voorzover gelegen op of na 1 januari 1996:
de tijd gedurende welke de betrokkene overheidswerknemer is in de zin van de Wet privatisering ABP;
in beide gevallen met uitzondering van de tijd:
a. die voorafgaat aan een ontslag uit een betrekking waaraan een functioneel leeftijdsontslag is verbonden, mits uit hoofde van dat ontslag een uitkering is toegekend;
b. die in aanmerking is genomen bij de berekening van de duur van een wachtgeld of van een uitkering ter zake van onvrijwillige werkloosheid ten laste van de overheid;
c. die voorafgaat aan een onderbreking in de diensttijd door ontslag van langer dan een maand;
d. bedoeld in artikel 5.4 van het pensioenreglement;
e. in een aangehouden betrekking.
2. Voor de toepassing van het eerste lid, wordt in voorkomend geval diensttijd bedoeld in artikel D1, tweede lid, van de Algemene burgerlijke pensioenwet zoals deze luidde op 31 december 1995, mede in aanmerking genomen. Het verzoek als bedoeld in artikel D2 van genoemde wet wordt daarbij geacht te zijn gedaan.
voorzover gelegen vóór 1 januari 1996:
de tijd zoals die voor betrokkene per 31 december 1995 meetelt voor de pensioenberekening, met uitzondering van de militaire diensttijd, bedoeld in de Algemene burgerlijke pensioenwet;
voorzover gelegen op of na 1 januari 1996:
de tijd gedurende welke de betrokkene overheidswerknemer is in de zin van de Wet privatisering ABP;
in beide gevallen met uitzondering van de tijd:
a. die voorafgaat aan een ontslag uit een betrekking waaraan een functioneel leeftijdsontslag is verbonden, mits uit hoofde van dat ontslag een uitkering is toegekend;
b. die in aanmerking is genomen bij de berekening van de duur van een wachtgeld of van een uitkering ter zake van onvrijwillige werkloosheid ten laste van de overheid;
c. die voorafgaat aan een onderbreking in de diensttijd door ontslag van langer dan een maand;
d. bedoeld in artikel 5.4 van het pensioenreglement;
e. in een aangehouden betrekking.
2. Voor de toepassing van het eerste lid, wordt in voorkomend geval diensttijd bedoeld in artikel D1, tweede lid, van de Algemene burgerlijke pensioenwet zoals deze luidde op 31 december 1995, mede in aanmerking genomen. Het verzoek als bedoeld in artikel D2 van genoemde wet wordt daarbij geacht te zijn gedaan.