BWBR0002564
Geldig vanaf 01-04-1997
Artikel 13
Mijnreglement continentaal plat
1. Bij een mijnonderneming moeten op doelmatige plaatsen de volgende bescheiden aanwezig zijn:
a. een inspectie-register, waarin de inspectie-ambtenaren aantekening houden van hun bezoeken, alsmede van de opmerkingen, waartoe het bij die bezoeken geconstateerde aanleiding heeft gegeven;
b. een personenregister, waarin omtrent degenen, die bij een mijnbouwkundig werk te werk zijn gesteld, worden vermeld: 1°. naam, voorletters, nationaliteit, nummer van een document als bedoeld in artikel 1 van de Wet op de identificatieplicht en geboortedatum;
2°. functie, datum van aankomst op en datum van vertrek van het mijnbouwkundig werk;
3°. bezit van bewijs van geneeskundig onderzoek alsmede de vervaldatum hiervan;
4°. bezit van bij of krachtens dit reglement gevorderde opleidings- en trainingsbewijzen alsmede de vervaldata hiervan;
5°. datum en tijdstip van de laatste wijziging van het register.
1°. naam, voorletters, nationaliteit, nummer van een document als bedoeld in artikel 1 van de Wet op de identificatieplicht en geboortedatum;
2°. functie, datum van aankomst op en datum van vertrek van het mijnbouwkundig werk;
3°. bezit van bewijs van geneeskundig onderzoek alsmede de vervaldatum hiervan;
4°. bezit van bij of krachtens dit reglement gevorderde opleidings- en trainingsbewijzen alsmede de vervaldata hiervan;
5°. datum en tijdstip van de laatste wijziging van het register.
c. bescheiden, waarin omtrent de onder b bedoelde personen is vermeld of zij bij een verkenningsonderzoek dan wel bij een opsporingsonderzoek of het winnen van delfstoffen zijn tewerkgesteld, zomede welke werkzaamheden zij verrichten, tenzij een en ander reeds blijkt uit de omschrijving van de ingevolge b, onder 2°, vermelde functie.
2. Onze Minister kan met betrekking tot door hem aangewezen personen of groepen van personen, die bij mijnbouwkundig werk zijn tewerkgesteld, doch niet in dienst van de betrokken mijnonderneming zijn, van het eerste lid, onder b en c, ontheffing verlenen.
a. een inspectie-register, waarin de inspectie-ambtenaren aantekening houden van hun bezoeken, alsmede van de opmerkingen, waartoe het bij die bezoeken geconstateerde aanleiding heeft gegeven;
b. een personenregister, waarin omtrent degenen, die bij een mijnbouwkundig werk te werk zijn gesteld, worden vermeld: 1°. naam, voorletters, nationaliteit, nummer van een document als bedoeld in artikel 1 van de Wet op de identificatieplicht en geboortedatum;
2°. functie, datum van aankomst op en datum van vertrek van het mijnbouwkundig werk;
3°. bezit van bewijs van geneeskundig onderzoek alsmede de vervaldatum hiervan;
4°. bezit van bij of krachtens dit reglement gevorderde opleidings- en trainingsbewijzen alsmede de vervaldata hiervan;
5°. datum en tijdstip van de laatste wijziging van het register.
1°. naam, voorletters, nationaliteit, nummer van een document als bedoeld in artikel 1 van de Wet op de identificatieplicht en geboortedatum;
2°. functie, datum van aankomst op en datum van vertrek van het mijnbouwkundig werk;
3°. bezit van bewijs van geneeskundig onderzoek alsmede de vervaldatum hiervan;
4°. bezit van bij of krachtens dit reglement gevorderde opleidings- en trainingsbewijzen alsmede de vervaldata hiervan;
5°. datum en tijdstip van de laatste wijziging van het register.
c. bescheiden, waarin omtrent de onder b bedoelde personen is vermeld of zij bij een verkenningsonderzoek dan wel bij een opsporingsonderzoek of het winnen van delfstoffen zijn tewerkgesteld, zomede welke werkzaamheden zij verrichten, tenzij een en ander reeds blijkt uit de omschrijving van de ingevolge b, onder 2°, vermelde functie.
2. Onze Minister kan met betrekking tot door hem aangewezen personen of groepen van personen, die bij mijnbouwkundig werk zijn tewerkgesteld, doch niet in dienst van de betrokken mijnonderneming zijn, van het eerste lid, onder b en c, ontheffing verlenen.
- Citeren als
- Art. 13
- Geldig vanaf
- Status
- Geldend recht
- Identificatie
- BWBR0002564
- Officiële bron
- wetten.overheid.nl