BWBR0002564
Geldig vanaf 01-12-1994
Artikel 4
Mijnreglement continentaal plat
1. Ontheffingen worden uitsluitend verleend op een daartoe strekkende aanvraag.
2. Aanvragen om ontheffing of vergunning worden tot Onze Minister gericht. Zodanige aanvragen worden bij hem ingediend in geval hij blijkens een desbetreffend voorschrift dient te handelen in overeenstemming met Onze Minister, wie het mede aangaat, en overigens bij de Inspecteur-Generaal der Mijnen.
3. Ontheffingen en vergunningen kunnen onder beperkingen worden verleend. Aan ontheffingen en vergunningen kunnen voorschriften worden verbonden.
4. De houder van een vergunning of een ontheffing is verplicht aan Onze Minister kennis te geven van een na het verlenen van de vergunning of de ontheffing opgetreden wijziging in de gegevens, vermeld bij de aanvraag om de vergunning of de ontheffing.
5. Een ontheffing of vergunning kan worden gewijzigd of ingetrokken, indien:
a. de te harer verkrijging verstrekte gegevens of bescheiden zodanig onjuist of onvolledig blijken te zijn, dat op de aanvraag een andere beslissing zou zijn genomen, als bij de beoordeling daarvan de juiste omstandigheden volledig bekend waren geweest;
b. de omstandigheden, op grond waarvan zij werd verleend, zich zodanig hebben gewijzigd dat de ontheffing of de vergunning niet, of niet in de bestaande vorm, zou zijn verleend, als op het tijdstip van de beslissing de gewijzigde omstandigheden aanwezig waren geweest;
c. zij met het oog op gevaar voor lichamelijke schade niet gehandhaafd kan blijven;
d. blijkt, dat aan een of meer aan de ontheffing of vergunning verbonden voorschriften niet wordt voldaan.
2. Aanvragen om ontheffing of vergunning worden tot Onze Minister gericht. Zodanige aanvragen worden bij hem ingediend in geval hij blijkens een desbetreffend voorschrift dient te handelen in overeenstemming met Onze Minister, wie het mede aangaat, en overigens bij de Inspecteur-Generaal der Mijnen.
3. Ontheffingen en vergunningen kunnen onder beperkingen worden verleend. Aan ontheffingen en vergunningen kunnen voorschriften worden verbonden.
4. De houder van een vergunning of een ontheffing is verplicht aan Onze Minister kennis te geven van een na het verlenen van de vergunning of de ontheffing opgetreden wijziging in de gegevens, vermeld bij de aanvraag om de vergunning of de ontheffing.
5. Een ontheffing of vergunning kan worden gewijzigd of ingetrokken, indien:
a. de te harer verkrijging verstrekte gegevens of bescheiden zodanig onjuist of onvolledig blijken te zijn, dat op de aanvraag een andere beslissing zou zijn genomen, als bij de beoordeling daarvan de juiste omstandigheden volledig bekend waren geweest;
b. de omstandigheden, op grond waarvan zij werd verleend, zich zodanig hebben gewijzigd dat de ontheffing of de vergunning niet, of niet in de bestaande vorm, zou zijn verleend, als op het tijdstip van de beslissing de gewijzigde omstandigheden aanwezig waren geweest;
c. zij met het oog op gevaar voor lichamelijke schade niet gehandhaafd kan blijven;
d. blijkt, dat aan een of meer aan de ontheffing of vergunning verbonden voorschriften niet wordt voldaan.
- Citeren als
- Art. 4
- Geldig vanaf
- Status
- Geldend recht
- Identificatie
- BWBR0002564
- Officiële bron
- wetten.overheid.nl