BWBR0002564
Geldig vanaf 22-09-1995
Artikel 8c
Mijnreglement continentaal plat
1. De bestuurders van een mijnonderneming of in artikel 11, eerste lid, bedoelde andere onderneming wijzen een of meer arbeiders aan die zich met de activiteiten op het gebied van de bescherming tegen en de preventie van beroepsrisico’s in de onderneming of op mijnbouwinstallaties zullen bezighouden, behoudens het bepaalde in het derde lid.
2. De aangewezen arbeiders mogen geen nadeel ondervinden van hun activiteiten op het gebied van de bescherming tegen en de preventie van beroepsrisico's. Zij moeten, ten einde de uit dit reglement voortvloeiende verplichtingen te kunnen nakomen, over voldoende tijd beschikken.
3. Indien de mogelijkheden op de mijnbouwinstallatie onvoldoende zijn om deze beschermings- en preventieactiviteiten te organiseren, moet een beroep gedaan worden op deskundige personen of diensten van buiten de onderneming.
4. Indien een beroep gedaan wordt op deskundigen als bedoeld in het derde lid, moeten de betrokken personen of diensten worden geïnformeerd over de factoren, waarvan bekend is of vermoed wordt dat zij van invloed zijn op de veiligheid en de gezondheid van de arbeiders, en toegang hebben tot alle in artikel 11, tweede lid, bedoelde informatie.
5. In alle gevallen moeten:
a. de aangewezen arbeiders over de benodigde capaciteiten en middelen beschikken,
b. de in het derde lid bedoelde personen of diensten de nodige bekwaamheden hebben en over de nodige personele en professionele middelen beschikken en
c. de aangewezen arbeiders en de geraadpleegde personen of diensten voldoende in aantal zijn om de beschermings- en preventieactiviteiten op zich te nemen, afhankelijk van de grootte van de mijnbouwinstallatie en de risico’s waaraan de arbeiders zijn blootgesteld, alsmede de verdeling ervan over de gehele mijnbouwinstallatie.
6. De in dit artikel bedoelde bescherming tegen en preventie van risico’s voor de veiligheid en de gezondheid kan worden opgedragen aan de veiligheidsdienst, bedoeld in artikel 96, en de bedrijfsgeneeskundige dienst, bedoeld in artikel 146. De diensten moeten voor zover nodig samenwerken.
7. Onze Minister kan nadere regelen stellen ter zake van het in het eerste en vijfde lid bepaalde.
2. De aangewezen arbeiders mogen geen nadeel ondervinden van hun activiteiten op het gebied van de bescherming tegen en de preventie van beroepsrisico's. Zij moeten, ten einde de uit dit reglement voortvloeiende verplichtingen te kunnen nakomen, over voldoende tijd beschikken.
3. Indien de mogelijkheden op de mijnbouwinstallatie onvoldoende zijn om deze beschermings- en preventieactiviteiten te organiseren, moet een beroep gedaan worden op deskundige personen of diensten van buiten de onderneming.
4. Indien een beroep gedaan wordt op deskundigen als bedoeld in het derde lid, moeten de betrokken personen of diensten worden geïnformeerd over de factoren, waarvan bekend is of vermoed wordt dat zij van invloed zijn op de veiligheid en de gezondheid van de arbeiders, en toegang hebben tot alle in artikel 11, tweede lid, bedoelde informatie.
5. In alle gevallen moeten:
a. de aangewezen arbeiders over de benodigde capaciteiten en middelen beschikken,
b. de in het derde lid bedoelde personen of diensten de nodige bekwaamheden hebben en over de nodige personele en professionele middelen beschikken en
c. de aangewezen arbeiders en de geraadpleegde personen of diensten voldoende in aantal zijn om de beschermings- en preventieactiviteiten op zich te nemen, afhankelijk van de grootte van de mijnbouwinstallatie en de risico’s waaraan de arbeiders zijn blootgesteld, alsmede de verdeling ervan over de gehele mijnbouwinstallatie.
6. De in dit artikel bedoelde bescherming tegen en preventie van risico’s voor de veiligheid en de gezondheid kan worden opgedragen aan de veiligheidsdienst, bedoeld in artikel 96, en de bedrijfsgeneeskundige dienst, bedoeld in artikel 146. De diensten moeten voor zover nodig samenwerken.
7. Onze Minister kan nadere regelen stellen ter zake van het in het eerste en vijfde lid bepaalde.
- Citeren als
- Art. 8c
- Geldig vanaf
- Status
- Geldend recht
- Identificatie
- BWBR0002564
- Officiële bron
- wetten.overheid.nl