BWBR0002564
Geldig vanaf 25-03-1967
Artikel 9
Mijnreglement continentaal plat
1. De bestuurders van een mijnonderneming zijn verplicht aan de Inspecteur-Generaal der Mijnen onverwijld schriftelijk opgave te doen van de naam en de functie van de personen, die zij hebben belast met de zorg voor de naleving van de bij en krachtens dit besluit gegeven voorschriften en regelen.
2. De bestuurders dienen voorts jaarlijks in de maand januari aan de Inspecteur-Generaal der Mijnen schriftelijk opgave te doen van de naam en de functie van de personen, die op 1 januari van het desbetreffende jaar een leidinggevende of toezichthoudende functie vervulden op bij die onderneming voor mijnbouwkundig werk in gebruik zijnde vaartuigen, luchtvaartuigen of mijnbouwinstallaties.
3. De bestuurders zijn verplicht aan de Inspecteur-Generaal der Mijnen onverwijld een exemplaar toe te zenden van de algemene schriftelijke instructies, die zij aan het personeel hunner onderneming hebben gegeven ter verzekering van de naleving van de bij en krachtens dit besluit gegeven voorschriften en regelen.
4. De Inspecteur-Generaal der Mijnen draagt zorg, dat van de in het eerste en het tweede lid bedoelde opgaven, zomede van de in het derde lid bedoelde instructies onverwijld een afschrift wordt verstrekt aan de inspectie-ambtenaren, voor zover die opgaven en instructies voor het vervullen van hun taak van belang kunnen zijn.
2. De bestuurders dienen voorts jaarlijks in de maand januari aan de Inspecteur-Generaal der Mijnen schriftelijk opgave te doen van de naam en de functie van de personen, die op 1 januari van het desbetreffende jaar een leidinggevende of toezichthoudende functie vervulden op bij die onderneming voor mijnbouwkundig werk in gebruik zijnde vaartuigen, luchtvaartuigen of mijnbouwinstallaties.
3. De bestuurders zijn verplicht aan de Inspecteur-Generaal der Mijnen onverwijld een exemplaar toe te zenden van de algemene schriftelijke instructies, die zij aan het personeel hunner onderneming hebben gegeven ter verzekering van de naleving van de bij en krachtens dit besluit gegeven voorschriften en regelen.
4. De Inspecteur-Generaal der Mijnen draagt zorg, dat van de in het eerste en het tweede lid bedoelde opgaven, zomede van de in het derde lid bedoelde instructies onverwijld een afschrift wordt verstrekt aan de inspectie-ambtenaren, voor zover die opgaven en instructies voor het vervullen van hun taak van belang kunnen zijn.
- Citeren als
- Art. 9
- Geldig vanaf
- Status
- Geldend recht
- Identificatie
- BWBR0002564
- Officiële bron
- wetten.overheid.nl