BWBR0002564
Geldig vanaf 25-03-1967
Artikel 90
Mijnreglement continentaal plat
1. Op een mijnbouwinstallatie mogen slechts veilige stoom- en damptoestellen als bedoeld in de Stoomwet (Stb. 1953, 179) en veilige drukhouders worden gebruikt.
2. Voor de toepassing van het bij of krachtens dit artikel bepaalde worden onder drukhouders verstaan toestellen of andere technische voortbrengselen, niet zijnde stoom- of damptoestellen als bedoeld in de Stoomwet, die een gas of een mengsel van gassen onder overdruk bevatten, dan wel daartoe bestemd zijn.
3. Op een mijnbouwinstallatie gebruikte stoom- en damptoestellen als bedoeld in de Stoomwet en drukhouders moeten, voorzover deze daartoe door Onze Minister zijn aangewezen, zijn voorzien van een geldig, door Onze Minister goedgekeurd, merkteken ten bewijze van de afgifte van een certificaat van goedkeuring.
4. Het certificaat van goedkeuring moet zijn afgegeven en het merkteken moet zijn aangebracht door de Dienst voor het Stoomwezen of door een door Onze Minister erkende instelling of onderneming. Het certificaat van goedkeuring moet inhouden, dat het betrokken stoom- of damptoestel dan wel de betrokken drukhouder, met alles wat daartoe behoort, blijkens een door bedoelde instantie verrichte keuring, ten tijde van de afgifte voldoet aan het bij en krachtens het eerste lid bepaalde.
5. Onze Minister kan ten aanzien van de keuring nadere regelen stellen.
6. Onze Minister kan merktekens en certificaten, die in het buitenland zijn aangebracht, onderscheidenlijk afgegeven, gelijkstellen met krachtens het derde lid goedgekeurde en krachtens het vierde lid aangebrachte merktekens, onderscheidenlijk met krachtens het vierde lid afgegeven certificaten.
7. Een certificaat van goedkeuring en een merkteken zijn slechts geldig voor een door Onze Minister te bepalen tijd.
2. Voor de toepassing van het bij of krachtens dit artikel bepaalde worden onder drukhouders verstaan toestellen of andere technische voortbrengselen, niet zijnde stoom- of damptoestellen als bedoeld in de Stoomwet, die een gas of een mengsel van gassen onder overdruk bevatten, dan wel daartoe bestemd zijn.
3. Op een mijnbouwinstallatie gebruikte stoom- en damptoestellen als bedoeld in de Stoomwet en drukhouders moeten, voorzover deze daartoe door Onze Minister zijn aangewezen, zijn voorzien van een geldig, door Onze Minister goedgekeurd, merkteken ten bewijze van de afgifte van een certificaat van goedkeuring.
4. Het certificaat van goedkeuring moet zijn afgegeven en het merkteken moet zijn aangebracht door de Dienst voor het Stoomwezen of door een door Onze Minister erkende instelling of onderneming. Het certificaat van goedkeuring moet inhouden, dat het betrokken stoom- of damptoestel dan wel de betrokken drukhouder, met alles wat daartoe behoort, blijkens een door bedoelde instantie verrichte keuring, ten tijde van de afgifte voldoet aan het bij en krachtens het eerste lid bepaalde.
5. Onze Minister kan ten aanzien van de keuring nadere regelen stellen.
6. Onze Minister kan merktekens en certificaten, die in het buitenland zijn aangebracht, onderscheidenlijk afgegeven, gelijkstellen met krachtens het derde lid goedgekeurde en krachtens het vierde lid aangebrachte merktekens, onderscheidenlijk met krachtens het vierde lid afgegeven certificaten.
7. Een certificaat van goedkeuring en een merkteken zijn slechts geldig voor een door Onze Minister te bepalen tijd.
- Citeren als
- Art. 90
- Geldig vanaf
- Status
- Geldend recht
- Identificatie
- BWBR0002564
- Officiële bron
- wetten.overheid.nl