BWBR0002564
Geldig vanaf 29-11-1999
Artikel 90a
Mijnreglement continentaal plat
1. In dit artikel wordt onder 'drukvat' verstaan hetgeen daaronder wordt verstaan in het Besluit drukvaten van eenvoudige vorm.
2. Het is verboden op een mijnbouwinstallatie of bij mijnbouwkundig werk drukvaten voorhanden te hebben of te gebruiken die niet in overeenstemming zijn met het bij en krachtens het Besluit drukvaten van eenvoudige vorm bepaalde. Dit verbod geldt niet voor drukvaten als bedoeld in artikel 3 van het Besluit drukvaten van eenvoudige vorm.
3. Het bij en krachtens artikel 11, eerste en derde lid, van het Besluit drukvaten van eenvoudige vorm bepaalde is van overeenkomstige toepassing met betrekking tot drukvaten die aanwezig zijn op een mijnbouwinstallatie of worden gebruikt bij mijnbouwkundig werk, met dien verstande dat het in artikel 11, eerste lid, van het Besluit drukvaten van eenvoudige vorm gestelde niet geldt ten aanzien van de Inspecteur-Generaal der Mijnen.
4. De artikelen 83, 89 en 90 zijn niet van toepassing op drukvaten voor zover deze bepalingen eisen stellen met betrekking tot het ontwerp, de vervaardigingswijze of de eigenschappen van drukvaten of daarop aangebrachte vermeldingen als bedoeld in artikel 4 van het Besluit drukvaten van eenvoudige vorm.
5. De Inspecteur-Generaal der Mijnen is bevoegd herstelling te eisen van drukvaten binnen een door hem vast te stellen termijn. Voorts kan hij, indien blijkt dat een drukvat niet in overeenstemming is met het bij en krachtens het Besluit drukvaten van eenvoudige vorm bepaalde, dat drukvat voorzien van een merk van afkeuring. Door het aanbrengen van een merk van afkeuring verliest de op het drukvat aangebrachte CE-markering van rechtswege haar geldigheid. Een krachtens de eerste zin gestelde eis moet worden nageleefd door degene tot wie hij is gericht.
2. Het is verboden op een mijnbouwinstallatie of bij mijnbouwkundig werk drukvaten voorhanden te hebben of te gebruiken die niet in overeenstemming zijn met het bij en krachtens het Besluit drukvaten van eenvoudige vorm bepaalde. Dit verbod geldt niet voor drukvaten als bedoeld in artikel 3 van het Besluit drukvaten van eenvoudige vorm.
3. Het bij en krachtens artikel 11, eerste en derde lid, van het Besluit drukvaten van eenvoudige vorm bepaalde is van overeenkomstige toepassing met betrekking tot drukvaten die aanwezig zijn op een mijnbouwinstallatie of worden gebruikt bij mijnbouwkundig werk, met dien verstande dat het in artikel 11, eerste lid, van het Besluit drukvaten van eenvoudige vorm gestelde niet geldt ten aanzien van de Inspecteur-Generaal der Mijnen.
4. De artikelen 83, 89 en 90 zijn niet van toepassing op drukvaten voor zover deze bepalingen eisen stellen met betrekking tot het ontwerp, de vervaardigingswijze of de eigenschappen van drukvaten of daarop aangebrachte vermeldingen als bedoeld in artikel 4 van het Besluit drukvaten van eenvoudige vorm.
5. De Inspecteur-Generaal der Mijnen is bevoegd herstelling te eisen van drukvaten binnen een door hem vast te stellen termijn. Voorts kan hij, indien blijkt dat een drukvat niet in overeenstemming is met het bij en krachtens het Besluit drukvaten van eenvoudige vorm bepaalde, dat drukvat voorzien van een merk van afkeuring. Door het aanbrengen van een merk van afkeuring verliest de op het drukvat aangebrachte CE-markering van rechtswege haar geldigheid. Een krachtens de eerste zin gestelde eis moet worden nageleefd door degene tot wie hij is gericht.
- Citeren als
- Art. 90a
- Geldig vanaf
- Status
- Geldend recht
- Identificatie
- BWBR0002564
- Officiële bron
- wetten.overheid.nl