BWBR0003771
Geldig vanaf 01-08-1996
Artikel II-A5
Rechtspositiebesluit onderwijspersoneel
1. De duur van de proeftijd bedraagt ten aanzien van de betrokkene, bedoeld in artikel I-A1, onder e1 en e2, ten hoogste één jaar.
2. De duur van de proeftijd bedraagt ten aanzien van de betrokkene, bedoeld in artikel I-A1, onder e5, e6, e12 tot en met e14, e17 en e18, in de regel ten hoogste één jaar, zonodig in bijzondere gevallen tot niet meer dan twee jaar te verlengen.
3. Ten aanzien van de betrokkene, bedoeld in artikel I-A1, onder e5, e6, e12 tot en met e14, e17 en e18, kan de proeftijd zonodig door het bevoegd gezag worden verlengd met de tijd die de betrokkene niet in werkelijke dienst aan de instelling heeft doorgebracht.
4. Het bevoegd gezag deelt de betrokkene tijdig voor het einde van de proeftijd het oordeel hierover mee.
5. Een proeftijd kan achterwege blijven:
a. indien de betrokkene reeds in vaste dienst bij het onderwijs werkzaam is in een overeenkomstige functie;
b. indien het dienstverband van de betrokkene wordt voortgezet, nadat zijn tijdelijk dienstverband op grond van het bepaalde in artikel II-A4, eerste lid, is geëindigd;
c. in andere daarvoor naar het oordeel van het bevoegd gezag in aanmerking komende gevallen.
2. De duur van de proeftijd bedraagt ten aanzien van de betrokkene, bedoeld in artikel I-A1, onder e5, e6, e12 tot en met e14, e17 en e18, in de regel ten hoogste één jaar, zonodig in bijzondere gevallen tot niet meer dan twee jaar te verlengen.
3. Ten aanzien van de betrokkene, bedoeld in artikel I-A1, onder e5, e6, e12 tot en met e14, e17 en e18, kan de proeftijd zonodig door het bevoegd gezag worden verlengd met de tijd die de betrokkene niet in werkelijke dienst aan de instelling heeft doorgebracht.
4. Het bevoegd gezag deelt de betrokkene tijdig voor het einde van de proeftijd het oordeel hierover mee.
5. Een proeftijd kan achterwege blijven:
a. indien de betrokkene reeds in vaste dienst bij het onderwijs werkzaam is in een overeenkomstige functie;
b. indien het dienstverband van de betrokkene wordt voortgezet, nadat zijn tijdelijk dienstverband op grond van het bepaalde in artikel II-A4, eerste lid, is geëindigd;
c. in andere daarvoor naar het oordeel van het bevoegd gezag in aanmerking komende gevallen.
- Citeren als
- Art. II-A5
- Geldig vanaf
- Status
- Geldend recht
- Identificatie
- BWBR0003771
- Officiële bron
- wetten.overheid.nl