BWBR0003771
Geldig vanaf 01-08-1996
Artikel II-A6
Rechtspositiebesluit onderwijspersoneel
1. Ten aanzien van de betrokkene, bedoeld in artikel I-A1, onder e5, e6, e12 tot en met e14, e17 en e18, kan in het geval, bedoeld in artikel II-A4, eerste lid onder a, voor zover het betreft de vervanging van eenzelfde personeelslid, aanstelling in tijdelijke dienst na 5 jaar ononderbroken dienst aan dezelfde instelling of instellingen gevolgd worden door een aanstelling in vaste dienst.
2. Indien de aanstelling van een betrokkene, bedoeld in artikel II-A4, tweede lid onder a, na een ononderbroken tijdelijke aanstelling van 3 jaar aan de instelling of instellingen wordt voortgezet, dient aanstelling in vaste dienst plaats te vinden.
3. Indien de betrekkingsomvang van een betrokkene gedurende een aaneengesloten periode van 3 jaar tijdelijk is uitgebreid in verband met het verrichten van werkzaamheden in het kader van contractactiviteiten wordt, indien hem die werkzaamheden ook in het vierde jaar worden opgedragen, met ingang van het vierde jaar een nieuwe betrekkingsomvang vastgesteld die gelijk is aan de oorspronkelijke betrekkingsomvang vermeerderd met het kleinste deel van de formatieruimte waarmee de oorspronkelijke betrekkingsomvang gedurende 3 aaneengesloten jaren tijdelijk is uitgebreid en voorzover die formatieruimte in het vierde jaar beschikbaar is.
4. Het bepaalde in het tweede en derde lid is van overeenkomstige toepassing ten aanzien van de leraar die tijdelijk is benoemd of wiens betrekkingsomvang tijdelijk is uitgebreid op grond van formatie-eenheden die zijn toegekend ten gevolge van het toekennen van formatie-eenheden in het kader van contractactiviteiten aan een andere leraar.
2. Indien de aanstelling van een betrokkene, bedoeld in artikel II-A4, tweede lid onder a, na een ononderbroken tijdelijke aanstelling van 3 jaar aan de instelling of instellingen wordt voortgezet, dient aanstelling in vaste dienst plaats te vinden.
3. Indien de betrekkingsomvang van een betrokkene gedurende een aaneengesloten periode van 3 jaar tijdelijk is uitgebreid in verband met het verrichten van werkzaamheden in het kader van contractactiviteiten wordt, indien hem die werkzaamheden ook in het vierde jaar worden opgedragen, met ingang van het vierde jaar een nieuwe betrekkingsomvang vastgesteld die gelijk is aan de oorspronkelijke betrekkingsomvang vermeerderd met het kleinste deel van de formatieruimte waarmee de oorspronkelijke betrekkingsomvang gedurende 3 aaneengesloten jaren tijdelijk is uitgebreid en voorzover die formatieruimte in het vierde jaar beschikbaar is.
4. Het bepaalde in het tweede en derde lid is van overeenkomstige toepassing ten aanzien van de leraar die tijdelijk is benoemd of wiens betrekkingsomvang tijdelijk is uitgebreid op grond van formatie-eenheden die zijn toegekend ten gevolge van het toekennen van formatie-eenheden in het kader van contractactiviteiten aan een andere leraar.
- Citeren als
- Art. II-A6
- Geldig vanaf
- Status
- Geldend recht
- Identificatie
- BWBR0003771
- Officiële bron
- wetten.overheid.nl