BWBR0003771
Geldig vanaf 01-01-1994
Artikel II-D10
Rechtspositiebesluit onderwijspersoneel
1. Betrokkene brengt, indien gewenst, binnen drie weken, nadat hij door het bevoegd gezag schriftelijk van het voornemen tot beëindiging van het dienstverband, anders dan op grond van de omstandigheid, bedoeld in artikel II-D3, eerste lid, onder b, in kennis is gesteld, zijn zienswijze schriftelijk of mondeling naar voren.
2. Indien betrokkene mondeling zijn zienswijze kenbaar maakt wordt hiervan door het bevoegd gezag een verslag gemaakt. Dit verslag wordt getekend door het bevoegd gezag en door betrokkene. Weigert de betrokkene de ondertekening, dan wordt daarvan, zo mogelijk met vermelding van de redenen, melding gemaakt. Een afschrift van het verslag wordt aan betrokkene uitgereikt.
3. Het besluit tot beëindiging van het dienstverband wordt uiterlijk een week, nadat betrokkene zijn zienswijze kenbaar heeft gemaakt, genomen.
4. Van een beëindiging van het dienstverband van rechtswege stelt het bevoegd gezag de betrokkene zo spoedig mogelijk in kennis.
2. Indien betrokkene mondeling zijn zienswijze kenbaar maakt wordt hiervan door het bevoegd gezag een verslag gemaakt. Dit verslag wordt getekend door het bevoegd gezag en door betrokkene. Weigert de betrokkene de ondertekening, dan wordt daarvan, zo mogelijk met vermelding van de redenen, melding gemaakt. Een afschrift van het verslag wordt aan betrokkene uitgereikt.
3. Het besluit tot beëindiging van het dienstverband wordt uiterlijk een week, nadat betrokkene zijn zienswijze kenbaar heeft gemaakt, genomen.
4. Van een beëindiging van het dienstverband van rechtswege stelt het bevoegd gezag de betrokkene zo spoedig mogelijk in kennis.
- Citeren als
- Art. II-D10
- Geldig vanaf
- Status
- Geldend recht
- Identificatie
- BWBR0003771
- Officiële bron
- wetten.overheid.nl