BWBR0003771
Geldig vanaf 22-03-2002
Artikel II-D5
Rechtspositiebesluit onderwijspersoneel
1. Bij tussentijdse beëindiging van een tijdelijk dienstverband bedraagt de termijn van opzegging:
a. één maand indien het dienstverband ten tijde van de opzegging korter dan 6 maanden onafgebroken heeft bestaan;
b. twee maanden indien het dienstverband ten tijde van de opzegging ten minste 6 maanden doch korter dan 12 maanden onafgebroken heeft bestaan;
c. drie maanden indien het dienstverband ten tijde van de opzegging ten minste twaalf maanden onafgebroken heeft bestaan.
2. In het geval, bedoeld in artikel II-D2, eerste lid, zijn de opzeggingstermijnen, bedoeld in het eerste lid, van overeenkomstige toepassing, onverminderd het bepaalde in artikel II-D7.
3. Opzegging als bedoeld in het eerste lid kan niet geschieden gedurende de zwangerschap van de vrouwelijke betrokkene, noch gedurende het zwangerschaps- en bevallingsverlof bedoeld in artikel 9, eerste lid van het Besluit ziekte en arbeidsongeschiktheid onderwijs- en onderzoekpersoneel, noch, indien zij haar dienst heeft hervat, gedurende een periode van zes weken volgend op dat verlof. Het bevoegd gezag kan ter staving van de zwangerschap een verklaring van een arts of van een verloskundige verlangen.
4. Opzegging als bedoeld in het eerste lid kan niet plaats vinden wegens het feit dat de betrokkene door een centrale als bedoeld in artikel 1, onder i, van het Overlegbesluit onderwijs- en onderzoekpersoneel of door een daarbij aangesloten vereniging is aangewezen om bestuurlijke of vertegenwoordigende activiteiten te ontplooien binnen zijn centrale of een daarbij aangesloten vereniging c.q. binnen de organisatie van de werkgever, die er toe strekken de doelstellingen van zijn centrale van overheidspersoneel en de daarbij aangesloten verenigingen te ondersteunen.
5. In het geval, bedoeld in artikel II-D3, eerste lid onder b, eindigt het dienstverband op de laatste dag van de maand waarin de pensioengerechtigde leeftijd werd bereikt, tenzij in overeenstemming met de betrokkene de ontslagdatum naar een later tijdstip wordt verschoven.
6. In de gevallen bedoeld in artikel II-D3, tweede lid, kan het dienstverband eerst worden beëindigd met ingang van de dag, volgende op die, waarop de reden van het ontslag voor het eerst aanwezig was.
7. In het geval de betrokkene blijkens het doorlopen van de procedure, bedoeld in artikel 20 van het Besluit ziekte en arbeidsongeschiktheid onderwijs- en onderzoekpersoneel, blijvend ongeschikt is verklaard voor de vervulling van zijn functie, eindigt het dienstverband niet eerder dan op de dag waarop het ontslagbesluit hem ter kennis is gesteld.
a. één maand indien het dienstverband ten tijde van de opzegging korter dan 6 maanden onafgebroken heeft bestaan;
b. twee maanden indien het dienstverband ten tijde van de opzegging ten minste 6 maanden doch korter dan 12 maanden onafgebroken heeft bestaan;
c. drie maanden indien het dienstverband ten tijde van de opzegging ten minste twaalf maanden onafgebroken heeft bestaan.
2. In het geval, bedoeld in artikel II-D2, eerste lid, zijn de opzeggingstermijnen, bedoeld in het eerste lid, van overeenkomstige toepassing, onverminderd het bepaalde in artikel II-D7.
3. Opzegging als bedoeld in het eerste lid kan niet geschieden gedurende de zwangerschap van de vrouwelijke betrokkene, noch gedurende het zwangerschaps- en bevallingsverlof bedoeld in artikel 9, eerste lid van het Besluit ziekte en arbeidsongeschiktheid onderwijs- en onderzoekpersoneel, noch, indien zij haar dienst heeft hervat, gedurende een periode van zes weken volgend op dat verlof. Het bevoegd gezag kan ter staving van de zwangerschap een verklaring van een arts of van een verloskundige verlangen.
4. Opzegging als bedoeld in het eerste lid kan niet plaats vinden wegens het feit dat de betrokkene door een centrale als bedoeld in artikel 1, onder i, van het Overlegbesluit onderwijs- en onderzoekpersoneel of door een daarbij aangesloten vereniging is aangewezen om bestuurlijke of vertegenwoordigende activiteiten te ontplooien binnen zijn centrale of een daarbij aangesloten vereniging c.q. binnen de organisatie van de werkgever, die er toe strekken de doelstellingen van zijn centrale van overheidspersoneel en de daarbij aangesloten verenigingen te ondersteunen.
5. In het geval, bedoeld in artikel II-D3, eerste lid onder b, eindigt het dienstverband op de laatste dag van de maand waarin de pensioengerechtigde leeftijd werd bereikt, tenzij in overeenstemming met de betrokkene de ontslagdatum naar een later tijdstip wordt verschoven.
6. In de gevallen bedoeld in artikel II-D3, tweede lid, kan het dienstverband eerst worden beëindigd met ingang van de dag, volgende op die, waarop de reden van het ontslag voor het eerst aanwezig was.
7. In het geval de betrokkene blijkens het doorlopen van de procedure, bedoeld in artikel 20 van het Besluit ziekte en arbeidsongeschiktheid onderwijs- en onderzoekpersoneel, blijvend ongeschikt is verklaard voor de vervulling van zijn functie, eindigt het dienstverband niet eerder dan op de dag waarop het ontslagbesluit hem ter kennis is gesteld.
- Citeren als
- Art. II-D5
- Geldig vanaf
- Status
- Geldend recht
- Identificatie
- BWBR0003771
- Officiële bron
- wetten.overheid.nl