BWBR0003771
Geldig vanaf 01-01-1994
Artikel II-D8
Rechtspositiebesluit onderwijspersoneel
1. Over de tijd die aan de in artikel II-D5 en artikel II-D6 bedoelde opzeggingstermijnen bij beëindiging van het dienstverband niet op verzoek mocht ontbreken, heeft de betrokkene recht op doorbetaling van de bezoldiging.
2. De aanspraak op bezoldiging vervalt geheel of gedeeltelijk met ingang van de dag waarop de betrokkene:
a. gedurende de opzeggingstermijn uit eigen beweging de dienst verlaat;
b. gedurende de opzeggingstermijn een andere betrekking gaat bekleden, tenzij en voor zover deze betrekking samenvalt met een hem nog toekomend vakantieverlof.
2. De aanspraak op bezoldiging vervalt geheel of gedeeltelijk met ingang van de dag waarop de betrokkene:
a. gedurende de opzeggingstermijn uit eigen beweging de dienst verlaat;
b. gedurende de opzeggingstermijn een andere betrekking gaat bekleden, tenzij en voor zover deze betrekking samenvalt met een hem nog toekomend vakantieverlof.
- Citeren als
- Art. II-D8
- Geldig vanaf
- Status
- Geldend recht
- Identificatie
- BWBR0003771
- Officiële bron
- wetten.overheid.nl