BWBR0003793
Geldig vanaf 1985-10-15
Artikel 129
Landinrichtingswet
1. Hij, die de eigendom van een onroerende zaak heeft of hij, aan wie een beperkt recht toebehoort, waaraan een onroerende zaak is onderworpen dan wel de gebruiker van een onroerende zaak, moet gedogen, dat het bepaalde in de artikelen 124-128wordt uitgevoerd en dat daartoe zijn gebouwen en terreinen worden betreden. Artikel 9, tweede lid, is van overeenkomstige toepassing.
2. De schade, welke uit de toepassing van de artikelen 124-128voortvloeit, wordt vergoed. Het verzoek om schadevergoeding wordt ingediend bij de landinrichtingscommissie. Bij geschil over het beloop der schade wordt dit op verzoek van de meest gerede partij, nadat de wederpartij de gelegenheid heeft gehad haar belangen te verdedigen, door de rechtbank bij beschikking vastgesteld. Tegen de uitspraak staat geen rechtsmiddel open.
3. Aan de belanghebbende, bedoeld in het eerste lid, wordt op zijn verzoek een voorschot op de schadevergoeding toegekend. Het bedrag van het voorschot wordt op verzoek van de belanghebbende door de rechter-commissaris vastgesteld, gehoord de landinrichtingscommissie.
2. De schade, welke uit de toepassing van de artikelen 124-128voortvloeit, wordt vergoed. Het verzoek om schadevergoeding wordt ingediend bij de landinrichtingscommissie. Bij geschil over het beloop der schade wordt dit op verzoek van de meest gerede partij, nadat de wederpartij de gelegenheid heeft gehad haar belangen te verdedigen, door de rechtbank bij beschikking vastgesteld. Tegen de uitspraak staat geen rechtsmiddel open.
3. Aan de belanghebbende, bedoeld in het eerste lid, wordt op zijn verzoek een voorschot op de schadevergoeding toegekend. Het bedrag van het voorschot wordt op verzoek van de belanghebbende door de rechter-commissaris vastgesteld, gehoord de landinrichtingscommissie.