BWBR0003793
Geldig vanaf 1985-10-15
Artikel 153
Landinrichtingswet
1. Bestaande pachtverhoudingen blijven zoveel mogelijk gehandhaafd. Wanneer het belang van de landinrichting zulks dringend vordert, kan de landinrichtingscommissie een bestaande pachtverhouding opheffen en een nieuwe pachtverhouding vestigen in dier voege, dat aan een verpachter een pachter uit de in artikel 150bedoelde pachters wordt toegewezen.
2. De landinrichtingscommissie bepaalt tot welk tijdstip de uit een nieuw gevestigde pachtverhouding voortvloeiende pachtovereenkomst zal gelden en of deze overeenkomst, indien zij voor kortere dan de wettelijke duur zal gelden, voor verlenging vatbaar zal zijn. Zij draagt daarbij zorg, dat de pachter en de verpachter, wat het einde en de verlengbaarheid der overeenkomst betreft, zoveel mogelijk dezelfde aanspraken behouden als zij aan de opgeheven pachtverhouding konden ontlenen.
2. De landinrichtingscommissie bepaalt tot welk tijdstip de uit een nieuw gevestigde pachtverhouding voortvloeiende pachtovereenkomst zal gelden en of deze overeenkomst, indien zij voor kortere dan de wettelijke duur zal gelden, voor verlenging vatbaar zal zijn. Zij draagt daarbij zorg, dat de pachter en de verpachter, wat het einde en de verlengbaarheid der overeenkomst betreft, zoveel mogelijk dezelfde aanspraken behouden als zij aan de opgeheven pachtverhouding konden ontlenen.