BWBR0003793
Geldig vanaf 1985-10-15
Artikel 149
Landinrichtingswet
Elke kavel moet zo worden gevormd, dat hij:
a. uitweg heeft op een openbare land- of waterweg en zo mogelijk daaraan belendt;
b. zonodig en mogelijk de gelegenheid tot behoorlijke afwatering heeft.
a. uitweg heeft op een openbare land- of waterweg en zo mogelijk daaraan belendt;
b. zonodig en mogelijk de gelegenheid tot behoorlijke afwatering heeft.