BWBR0003818
Geldig vanaf 1986-05-01
Artikel 60
Diergeneesmiddelenwet
1. Degenen die diergeneesmiddelen of gemedicineerde voeders bereiden, verpakken, etiketteren of afleveren worden geacht in het bezit te zijn van de daarvoor ingevolge deze wet vereiste vergunningen gedurende de eerste zes maanden na de inwerkingtreding van artikel 21, onderscheidenlijk 33 van deze wet.
2. Zij die binnen de in het eerste lid gestelde termijn een aanvraag voor een vergunning op de krachtens deze wet voorgeschreven wijze hebben ingediend, worden geacht ook na het verstrijken van de aldaar genoemde termijn in het bezit van de vergunning te zijn totdat de beslissing op de aanvraag onherroepelijk is geworden.
2. Zij die binnen de in het eerste lid gestelde termijn een aanvraag voor een vergunning op de krachtens deze wet voorgeschreven wijze hebben ingediend, worden geacht ook na het verstrijken van de aldaar genoemde termijn in het bezit van de vergunning te zijn totdat de beslissing op de aanvraag onherroepelijk is geworden.