BWBR0003892
Geldig vanaf 1986-02-01
Artikel 60
Wet milieugevaarlijke stoffen
1. De voordracht voor een algemene maatregel van bestuur krachtens artikel 4, eerste of derde lid, krachtens of met overeenkomstige toepassing van artikel 5, krachtens artikel 13, eerste of derde lid, krachtens of met overeenkomstige toepassing van artikel 14, vierde lid, of krachtens artikel 19, derde, vierde of vijfde lid, of 67, derde lid, wordt Ons gedaan door Onze Minister en Onze Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid te zamen.
2. De voordracht voor een algemene maatregel van bestuur krachtens artikel 23, tweede lid, wordt, ingeval zij wordt gedaan op grond van een ernstig vermoeden dat door handelingen met een stof of een preparaat gevaren kunnen ontstaan in de arbeidssituatie, Ons gedaan door Onze Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid.
3. De voordracht voor een algemene maatregel van bestuur krachtens artikel 34, derde lid, 35, vierde lid, 36, tweede lid, 37of 39wordt Ons gedaan door Onze Minister en Onze Ministers van Sociale Zaken en Werkgelegenheid en van Volksgezondheid, Welzijn en Sport te zamen.
2. De voordracht voor een algemene maatregel van bestuur krachtens artikel 23, tweede lid, wordt, ingeval zij wordt gedaan op grond van een ernstig vermoeden dat door handelingen met een stof of een preparaat gevaren kunnen ontstaan in de arbeidssituatie, Ons gedaan door Onze Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid.
3. De voordracht voor een algemene maatregel van bestuur krachtens artikel 34, derde lid, 35, vierde lid, 36, tweede lid, 37of 39wordt Ons gedaan door Onze Minister en Onze Ministers van Sociale Zaken en Werkgelegenheid en van Volksgezondheid, Welzijn en Sport te zamen.