BWBR0003892
Geldig vanaf 1986-02-01
Artikel 8
Wet milieugevaarlijke stoffen
1. Het is verboden een stof te vervaardigen of, al dan niet verwerkt in een preparaat, in Nederland in te voeren:
a. zonder dat een kennisgeving als bedoeld in artikel 3, eerste of derde lid, is gedaan;
b. indien aan Onze Minister kennisgeving is gedaan ter zake van het in Nederland of in de Europese Economische Ruimte invoeren als bedoeld in artikel 3, eerste lid, onderscheidenlijk artikel 3, derde lid: binnen 60 dagen nadat Onze Minister die kennisgeving heeft ontvangen blijkens het bewijs van ontvangst, bedoeld in artikel 6, eerste lid, tenzij Onze Minister anders bepaalt;
c. indien door een vertegenwoordiger kennisgeving is gedaan ter zake van het in de Europese Economische Ruimte invoeren als bedoeld in artikel 3, derde lid, aan het daartoe aangewezen overheidsorgaan in een andere Lid-Staat van de Europese Unie of een andere Staat die partij is bij de Overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte: binnen 60 dagen nadat dat orgaan die kennisgeving heeft ontvangen, tenzij dat orgaan anders bepaalt;
d. indien een kennisgeving ter zake van het vervaardigen als bedoeld in artikel 3, eerste lid, is gedaan: binnen 45 dagen nadat Onze Minister die kennisgeving blijkens het bewijs van ontvangst, bedoeld in artikel 6, eerste lid, heeft ontvangen.
2. Het is degene die een stof vervaardigt, verboden die stof, al dan niet verwerkt in een preparaat, aan een ander ter beschikking te stellen:
a. zonder dat een kennisgeving als bedoeld in artikel 3, tweede lid, is gedaan;
b. indien een kennisgeving als bedoeld in artikel 3, tweede lid, is gedaan: binnen 60 dagen nadat Onze Minister die kennisgeving heeft ontvangen blijkens het bewijs van ontvangst, bedoeld in artikel 6, eerste lid, tenzij Onze Minister anders bepaalt.
a. zonder dat een kennisgeving als bedoeld in artikel 3, eerste of derde lid, is gedaan;
b. indien aan Onze Minister kennisgeving is gedaan ter zake van het in Nederland of in de Europese Economische Ruimte invoeren als bedoeld in artikel 3, eerste lid, onderscheidenlijk artikel 3, derde lid: binnen 60 dagen nadat Onze Minister die kennisgeving heeft ontvangen blijkens het bewijs van ontvangst, bedoeld in artikel 6, eerste lid, tenzij Onze Minister anders bepaalt;
c. indien door een vertegenwoordiger kennisgeving is gedaan ter zake van het in de Europese Economische Ruimte invoeren als bedoeld in artikel 3, derde lid, aan het daartoe aangewezen overheidsorgaan in een andere Lid-Staat van de Europese Unie of een andere Staat die partij is bij de Overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte: binnen 60 dagen nadat dat orgaan die kennisgeving heeft ontvangen, tenzij dat orgaan anders bepaalt;
d. indien een kennisgeving ter zake van het vervaardigen als bedoeld in artikel 3, eerste lid, is gedaan: binnen 45 dagen nadat Onze Minister die kennisgeving blijkens het bewijs van ontvangst, bedoeld in artikel 6, eerste lid, heeft ontvangen.
2. Het is degene die een stof vervaardigt, verboden die stof, al dan niet verwerkt in een preparaat, aan een ander ter beschikking te stellen:
a. zonder dat een kennisgeving als bedoeld in artikel 3, tweede lid, is gedaan;
b. indien een kennisgeving als bedoeld in artikel 3, tweede lid, is gedaan: binnen 60 dagen nadat Onze Minister die kennisgeving heeft ontvangen blijkens het bewijs van ontvangst, bedoeld in artikel 6, eerste lid, tenzij Onze Minister anders bepaalt.