BWBR0003994
Geldig vanaf 1987-01-01
Artikel 12
Wet bodembescherming
1. Bij algemene maatregel van bestuur worden ten aanzien van het infiltreren van water, bedoeld in artikel 1.1 van de Waterwet, regels gesteld waarin wordt aangegeven:
a. in welke gevallen sprake is van gevaar voor verontreiniging van het grondwater, als bedoeld in artikel 6.26, tweede lid, van die wet;
b. welke voorschriften ter bescherming van het grondwater moeten worden verbonden aan een vergunning voor dat infiltreren van water.
2. Bij de maatregel kunnen ook anderszins regels ter bescherming van de bodem worden gesteld.
3. Bij de maatregel kan worden bepaald dat de daarbij gestelde regels slechts gelden in daarbij aangegeven categorieën van gevallen.
4. Bij de maatregel kan voorts worden bepaald in hoeverre gedeputeerde staten of het dagelijks bestuur van het waterschap met betrekking tot daarbij aangegeven onderwerpen van bij de maatregel gestelde regels kunnen afwijken, hetzij in het algemeen, hetzij in bij de maatregel aangegeven categorieën van gevallen.
a. in welke gevallen sprake is van gevaar voor verontreiniging van het grondwater, als bedoeld in artikel 6.26, tweede lid, van die wet;
b. welke voorschriften ter bescherming van het grondwater moeten worden verbonden aan een vergunning voor dat infiltreren van water.
2. Bij de maatregel kunnen ook anderszins regels ter bescherming van de bodem worden gesteld.
3. Bij de maatregel kan worden bepaald dat de daarbij gestelde regels slechts gelden in daarbij aangegeven categorieën van gevallen.
4. Bij de maatregel kan voorts worden bepaald in hoeverre gedeputeerde staten of het dagelijks bestuur van het waterschap met betrekking tot daarbij aangegeven onderwerpen van bij de maatregel gestelde regels kunnen afwijken, hetzij in het algemeen, hetzij in bij de maatregel aangegeven categorieën van gevallen.