BWBR0003994
Geldig vanaf 1987-01-01
Artikel 3a
Wet bodembescherming
1. De voorzitter en de andere leden van de commissie worden door Onze Minister benoemd. Onze Minister hoort de commissie alvorens hij de voorzitter benoemt.
2. De voorzitter en de leden worden voor de tijd van vier jaren benoemd. Zij zijn terstond weer benoembaar.
3. De voorzitter en de leden kunnen te allen tijde hun functie neerleggen door een schriftelijke kennisgeving aan Onze Minister.
4. In bijzondere gevallen kunnen de voorzitter en de leden door Onze Minister in hun functie worden geschorst en uit hun functie worden ontslagen.
2. De voorzitter en de leden worden voor de tijd van vier jaren benoemd. Zij zijn terstond weer benoembaar.
3. De voorzitter en de leden kunnen te allen tijde hun functie neerleggen door een schriftelijke kennisgeving aan Onze Minister.
4. In bijzondere gevallen kunnen de voorzitter en de leden door Onze Minister in hun functie worden geschorst en uit hun functie worden ontslagen.