BWBR0003994
Geldig vanaf 1987-01-01
Artikel 64
Wet bodembescherming
1. Onze Minister kan in overeenstemming met Onze Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit, de Technische commissie bodem gehoord, bij ministeriële regeling voor daarbij aangegeven categorieën van handelingen vrijstelling verlenen van krachtens Hoofdstuk III, gestelde regels, voor zover het belang van de bescherming van de bodem zich daartegen niet verzet.
2. Aan een vrijstelling worden de voorschriften verbonden, die nodig zijn in het belang van de bescherming van de bodem.
3. Indien de in het eerste lid bedoelde, krachtens hoofdstuk IIIgestelde regels handelingen betreffen die tot doel hebben om de bodem te bemesten dan wel door toevoeging van materiaal de structuur van de bodem te verbeteren, kan in afwijking van het eerste lid Onze Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit in overeenstemming met Onze Minister, de Technische commissie bodem gehoord, vrijstelling verlenen van deze regels, voor zover het belang van de bescherming van de bodem zich daartegen niet verzet. Het tweede lid is van overeenkomstige toepassing.
2. Aan een vrijstelling worden de voorschriften verbonden, die nodig zijn in het belang van de bescherming van de bodem.
3. Indien de in het eerste lid bedoelde, krachtens hoofdstuk IIIgestelde regels handelingen betreffen die tot doel hebben om de bodem te bemesten dan wel door toevoeging van materiaal de structuur van de bodem te verbeteren, kan in afwijking van het eerste lid Onze Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit in overeenstemming met Onze Minister, de Technische commissie bodem gehoord, vrijstelling verlenen van deze regels, voor zover het belang van de bescherming van de bodem zich daartegen niet verzet. Het tweede lid is van overeenkomstige toepassing.