BWBR0003994
Geldig vanaf 1987-01-01
Artikel 92
Wet bodembescherming
1. Het ontwerp van een algemene maatregel van bestuur krachtens de artikelen 6 tot en met 12b, 36en 38, tweede lid, of 72, wordt overgelegd aan de beide kamers der Staten-Generaal en in de Staatscourantbekendgemaakt. Aan een ieder wordt de gelegenheid geboden binnen een bij die bekendmaking te stellen termijn van ten minste vier weken opmerkingen over het ontwerp schriftelijk ter kennis van Onze Minister te brengen.
2. Een algemene maatregel van bestuur krachtens de artikelen 6 tot en met 12b, of 72, wordt, nadat hij is vastgesteld, toegezonden aan beide Kamers der Staten-Generaal. Hij treedt niet eerder in werking dan vier weken na de datum van uitgifte van het Staatsbladwaarin hij is geplaatst.
3. Een krachtens de artikelen 36en 38, tweede lid, vastgestelde algemene maatregel van bestuur treedt in werking op een tijdstip dat, nadat vier weken na de toezending ervan aan de Staten-Generaal zijn verstreken, bij koninklijk besluit wordt vastgesteld, tenzij binnen die termijn door of namens een der Kamers der Staten-Generaal de wens te kennen wordt gegeven dat het in de algemene maatregel van bestuur geregelde onderwerp bij wet wordt geregeld. In dat geval wordt een daartoe strekkend voorstel van wet zo spoedig mogelijk ingediend en wordt de algemene maatregel van bestuur onverwijld ingetrokken.
4. Het derde lid is niet van toepassing, indien een krachtens de artikelen 36en 38, tweede lid, vastgestelde algemene maatregel van bestuur uitsluitend strekt ter uitvoering van een voor Nederland verbindend verdrag of een voor Nederland verbindend besluit van een volkenrechtelijke organisatie. In dat geval wordt de procedure, bedoeld in het tweede lid, gevolgd.
2. Een algemene maatregel van bestuur krachtens de artikelen 6 tot en met 12b, of 72, wordt, nadat hij is vastgesteld, toegezonden aan beide Kamers der Staten-Generaal. Hij treedt niet eerder in werking dan vier weken na de datum van uitgifte van het Staatsbladwaarin hij is geplaatst.
3. Een krachtens de artikelen 36en 38, tweede lid, vastgestelde algemene maatregel van bestuur treedt in werking op een tijdstip dat, nadat vier weken na de toezending ervan aan de Staten-Generaal zijn verstreken, bij koninklijk besluit wordt vastgesteld, tenzij binnen die termijn door of namens een der Kamers der Staten-Generaal de wens te kennen wordt gegeven dat het in de algemene maatregel van bestuur geregelde onderwerp bij wet wordt geregeld. In dat geval wordt een daartoe strekkend voorstel van wet zo spoedig mogelijk ingediend en wordt de algemene maatregel van bestuur onverwijld ingetrokken.
4. Het derde lid is niet van toepassing, indien een krachtens de artikelen 36en 38, tweede lid, vastgestelde algemene maatregel van bestuur uitsluitend strekt ter uitvoering van een voor Nederland verbindend verdrag of een voor Nederland verbindend besluit van een volkenrechtelijke organisatie. In dat geval wordt de procedure, bedoeld in het tweede lid, gevolgd.