BWBR0004306
Geldig vanaf 2004-03-16
Artikel 2
Besluit voorkoming verontreiniging door met schepen in bulk vervoerde schadelijke vloeistoffen
1. Tenzij uitdrukkelijk anders bepaald, zijn de bepalingen van dit besluit van toepassing op alle schepen die schadelijke vloeistoffen in bulk vervoeren.
2. Indien een lading waarop de bepalingen van het Besluit voorkoming olieverontreiniging door schepen( Stb.1986, 160) van toepassing zijn, in de ladingtanks van een chemicaliëntankschip wordt vervoerd, dient eveneens te worden voldaan aan de desbetreffende voorschriften van dat besluit.
3. Het bepaalde in artikel 13is alleen van toepassing op schepen waarin vloeistoffen worden vervoerd die zijn ingedeeld in de categorieën A, B of C, bedoeld in artikel 3.
4. Elk schip, gebouwd voor 1 juli 1986, dient met ingang van 1 januari 1988 te voldoen aan de bepalingen voor het lozen onder de waterlijn en voor de maximale concentratie in het kielzog van het schip, bedoeld in artikel 5.
5. De inspecteur-generaal kan het aanbrengen van andere onderdelen, materialen, voorzieningen of apparatuur, dan die welke in dit besluit worden voorgeschreven, in een schip toestaan, mits deze ten minste even doelmatig zijn als die welke in dit besluit worden vereist. In geen geval zullen vormen van ontwerp en constructie ter regeling van het lozen van schadelijke vloeistoffen, zoals deze in dit besluit zijn voorgeschreven, kunnen worden vervangen door operationele methoden.
2. Indien een lading waarop de bepalingen van het Besluit voorkoming olieverontreiniging door schepen( Stb.1986, 160) van toepassing zijn, in de ladingtanks van een chemicaliëntankschip wordt vervoerd, dient eveneens te worden voldaan aan de desbetreffende voorschriften van dat besluit.
3. Het bepaalde in artikel 13is alleen van toepassing op schepen waarin vloeistoffen worden vervoerd die zijn ingedeeld in de categorieën A, B of C, bedoeld in artikel 3.
4. Elk schip, gebouwd voor 1 juli 1986, dient met ingang van 1 januari 1988 te voldoen aan de bepalingen voor het lozen onder de waterlijn en voor de maximale concentratie in het kielzog van het schip, bedoeld in artikel 5.
5. De inspecteur-generaal kan het aanbrengen van andere onderdelen, materialen, voorzieningen of apparatuur, dan die welke in dit besluit worden voorgeschreven, in een schip toestaan, mits deze ten minste even doelmatig zijn als die welke in dit besluit worden vereist. In geen geval zullen vormen van ontwerp en constructie ter regeling van het lozen van schadelijke vloeistoffen, zoals deze in dit besluit zijn voorgeschreven, kunnen worden vervangen door operationele methoden.